De Vrije Gedachte
De Vrije Gedachte
Atheïstisch-Humanistische Vereniging

In de Zwolse cel mag vrijdenken toch: DVG komt op voor een lid

13.01.11 07:39 PM Door De Vrije Gedachte
Op 10 februari 2010 werd aan een lid die in de Penintentiaire Inrichting Zwolle zat, ons maandblad De Vrijdenker onthouden. Volgens de beschikking van de directeur zou uitreiking ‘De handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting’ in gevaar brengen. (citaat uit de beschikking). De maatregel deed denken aan de jaren dertig toen militairen en ambtenaren De Vrijdenker niet mochten krijgen en toen aan de Vrijdenkers Radio Omroep de zendtijd werd ontnomen. Als voorzitter heb ik om opheldering gevraagd: werden soms ook religieuze bladen die voor zoveel geestelijke onrust zorgen, geweigerd? Daarop kreeg ik een als antwoord dat De Vrije Gedachte niet het recht had een beklag in te dienen. Met dit formele antwoord nam ik geen genoegen: op grond van maatschappelijk fatsoen eiste de DVG als afzender een uitleg. Toen werd het stil. Daarop plaatste ik op HUMAN.nl een blog ‘lectuurcensuur in de gevangenis’ (nog te lezen), stuurde een afdruk naar ‘Zwolle’ en kondigde aan de Kamercommissie voor Justitie op de hoogte te stellen. Die actie hielp. Prompt kreeg ik een telefoontje: ‘Juridische Zaken PI Zwolle’. ‘PI?’ Oh, de Penintentiaire Inrichting. Ja, er waren dingen fout gegaan. Mijn protest tegen de formele afhandeling was helaas op het verkeerde bureau terechtgekomen – mijn brief was nota bene op naam aan de directeur geadresseerd! Het belangrijkste was dat die weigering indertijd ook op een misverstand berustte. ‘Stuurt u uw blad soms onder gesloten envelop?’ ‘Nee, hoor De Vrijdenker is geen seksblad.’ ‘Oh, nou ja, dan is het gewoon misgegaan. Wat wilt u?’ ‘Een schriftelijke spijtbetuiging.’ Die is er prompt gekomen. De weigering van uitreiking berustte op een misverstand – welk dat nu was bleef ongewis. Na die weigering is het blad gewoon uitgereikt. ‘Nogmaals mijn excuus voor dit eenmalige ongemak. Wij zien dan ook uw tijdschrift, in de toekomst, met belangstelling tegemoet.’ Het deed me plezier het betrokken lid, die inmiddels in een andere ‘inrichting’ verblijft, via een brief op de hoogte te brengen van deze genoegdoening.