Gelovigen zijn niet gek, maar atheïsme is redelijker | Leon Korteweg

25.12.18 09:58 PM Door De Vrije Gedachte
Beste Rik Peels, Je stuk ' Waarom je niets opschiet met de vraag: Ben je gek als je in God gelooft?' is interessant en een repliek waard. Aangezien het stuk geadresseerd is aan een ‘jij’, ga ik ervan uit dat ik je mag tutoyeren. Voorts zal ik in mijn stuk rekening houden met het bestaan van één of meerdere goden; als atheïsme onjuist is, wil dat immers niet zeggen dat monotheïsme by default juist is. 

Om te beginnen ben ik het volkomen met je eens dat niet alle gelovigen, noch alle ongelovigen 'gek' zijn, dat wil zeggen, over de gehele linie. Wat natuurlijk wel zo is, is dat iedereen zich wel eens ergens in vergist, iets mis heeft, iets fout denkt, ergens naast zit, omdat je niet beter weet. Dat is niks om je voor te schamen, dat overkomt de besten; de mens is nu eenmaal een feilbaar wezen. Volgens atheïsten is het bestaan van God(en) zo'n misvatting(en daarom een zeer geschikte titel van Dawkins' beroemde boek).
  
Geloven in die misvatting op zich maakt een mens nog niet meteen krankzinnig of gevaarlijk, net zomin als geloven dat 'de Maan is gemaakt van groene kaas' geen ramp is; dat heeft geen enkel praktisch gevolg – positief dan wel negatief – in ons dagelijks leven. Ook zijn er veel religieuze opvattingen die wel praktische gevolgen hebben, maar die niet echt schadelijk zijn. Gelovigen die bijvoorbeeld bidden voor hun eten, verspillen hooguit tijd; daar ga ik niet moeilijk over doen. 

Maar we zouden er goed aan doen om te ontdekken welke van onze opvattingen onjuist zijn voor het geval dat een vergissing wél praktisch negatieve gevolgen heeft in ons dagelijks leven. Je zou toch niet willen dat iemand door onjuiste informatie fysiek, mentaal of economisch geschaad wordt? Dat is wat vrijdenkers, skeptici en humanisten zoals mij drijft om actief te bestuderen hoe de wereld echt in elkaar zit, om dubieuze beweringen kritisch te onderzoeken en in discussie te gaan met degenen die de dubieuze beweringen aanhangen en vooral als ze ernaar handelen in de praktijk. Aangezien religies een overvloed aan dubieuze beweringen doen, met tal van aantoonbaar negatieve praktijken als gevolg, is het volkomen logisch om het bestaan van goden – dat centraal staat in de meeste religies – zo rigoureus te betwijfelen en indien nodig verwerpen. 

Het zal je zijn opgevallen dat ik mij hierboven 'vrijdenker, skepticus en humanist' heb genoemd en niet 'atheïst'; dat laatste label is voor mij veel minder belangrijk en is slechts mijn conclusie naar aanleiding van één vraag. De andere drie zeggen veel meer over mijn algemene houding ten aanzien van allerlei dubieuze beweringen zoals ik in de vorige paragraaf heb uitgelegd. Maar als we het specifiek over het goddelijke hebben, noem ik mijzelf agnostisch atheïst. Dat wil zeggen: als we de gangbare theïstische definitie van 'God' volgen (de schepper van de wereld, die overal perfect in is, interageert met mensen en bepaalde handelingen van hen verlangt), dan weet ik niet (zeker) of die wel of niet bestaat (agnosticisme), maar ik ben er niet van overtuigd (atheïsme). 

Overigens, met betrekking tot de jongeaardecreationistische Bijbelse god zou ik een ‘gnostisch atheïst’ genoemd kunnen worden, omdat we wetenschappelijk kunnen aantonen dat de Aarde niet circa 6000 jaar in 6 dagen van 24 uur is geschapen en alle diersoorten niet in hun huidige vorm onafhankelijk van elkaar zijn geschapen; we wéten dat die god niet kán bestaan. Maar in die god gelooft heden ten dage gelukkig maar een minderheid van de theïsten (alleen in de VS hebben ze een kleine meerderheid onder de christenen). 

Ik heb nog nooit het bestaan van goden ervaren, maar dat zou nog wel kunnen komen. Absence of evidence is not evidence of absence. Voor verrassingen die je standpunt doen wankelen, en wellicht dwingen te herzien, moet je open kunnen staan; ik ben blij te lezen dat jij dat ook doet. Daarom zou ik nog steeds een skepticus zijn als ik overtuigd zou worden van het bestaan van (een) god(en). Ik denk wel dat de klassieke christelijke god die alwetend, algoed en almachtig is niet kan bestaan als hij het belangrijk vindt dat ik in hem geloof, want dan zou hij vanuit zijn algoedheid willen dat ik geloofde, vanuit zijn alwetendheid weten hoe hij mij zou kunnen overtuigen om in hem te geloven en vanuit zijn almacht de kracht hebben om mij te overtuigen (een antigodsbewijs dat je terecht noemt). 

Als het niet belangrijk is dat ik in hem geloof, dan verspillen christenen (of anderen die geloven in een perfecte god) hun tijd om te proberen mij te bekeren en is die god niet goed naar hen en mij toe; als hij niet weet hoe hij mij kan overtuigen of daartoe niet de macht heeft, dan is hij nogal onvolmaakt. Gek genoeg bewijst het feit dat ik niet in een dergelijke god geloof, dat hij niet bestaat. Een wat grappiger formulering van ongeveer dezelfde weerlegging is ‘God heeft mij een atheïst gemaakt; wie ben jij om zijn wijsheid te betwijfelen?’ Het idee dat ik 'nog niet op de juiste plekken heb gezocht' zou kunnen kloppen, maar dat 'God redenen heeft om zich nog niet aan mij te openbaren' vind ik – het spijt me om het te moeten zeggen – ronduit arrogant. Wat maakt sommige mensen nou zo belangrijk en speciaal dat zij 'de waarheid' wel mogen weten en mensen zoals ik niet? Waarom wordt deze kennis over het goddelijke, die 80-85% van de mensheid naar verluidt zou hebben ontvangen (hoewel in allerlei verschillende en tegenstrijdige versies waar ze al millennia ruzie over maken), mij en mijn ongeloofsgenoten ontzegd? 

Zijn wij soms willekeurig vervloekt met een gebrek aan kennis of is het onderdeel van een soort wreed spel dat er van boven met ons wordt gespeeld (en zo ja, wat voor ‘goede’ god is dat dan)? En wat zegt dit idee over de gelovige? Is het niet wat egocentrisch om te denken dat jij zo bijzonder bent dat God hoogstpersoonlijk heeft bepaald dat jij (al) wél kennis hebt kunnen van de waarheid van zijn bestaan en een ander (nog) niet? Hoe zit het met atheïsten die tot hun dood toe ieder godsgeloof hebben verworpen? Is het eerlijk naar hen toe dat God zich nooit heeft geopenbaard aan hen? Als het inderdaad zo is dat ongelovigen naar de hel gaan – hetgeen gelukkig niet alle gelovigen (meer) geloven – dan is het ronduit wreed om de kennis van Gods bestaan aan hen te onthouden. En zelfs als de hel niet bestaat, is de vrees voor de hel al vreselijk voor miljarden mensen op onze planeet; sommigen blijven angstvallig gelovig of bekeren zich nog kort voor de dood tot deze of gene religie om maar niet eeuwig gestraft te worden voor goddeloosheid. Het zou gemeen zijn van God om ons zo in het onzekere te laten en onze eeuwige verdoemenis te riskeren; dat is niet verenigbaar met zijn zogenaamd algoede karakter. Een rechtvaardige god zou makkelijk kenbaar moeten zijn. 

Het is alvast niet omdat we het nooit geprobeerd hebben. Alle godsargumenten die aangevoerd zijn in de loop der geschiedenis, hebben ik en miljoenen andere skeptische atheïsten zorgvuldig bestudeerd en niet overtuigend gevonden. (Dat doen wij trouwens ook al eeuwenlang, denk bijvoorbeeld aan de paradox van Epicurus (eeuwen vóór Christus); je opmerking dat gelovige denkers al eeuwenlang naar een theodicee hebben gezocht is dus irrelevant, een argumentum ad antiquitatem). Drogredenen en zwakke bewijzen gaan er bij ons niet in. Waarom niet? Omdat onze gehele samenleving is ingericht op het goed begrijpen van de relatie tussen oorzaak en gevolg, op het trekken van de juiste conclusie naar aanleiding van een aantal premissen. Als dat niet zo was, dan stierven we binnen de kortste keren in het verkeer, door het eten van ongezonde dingen en noem maar op. We zouden geen uitzondering moeten maken op het terrein van religie en spiritualiteit. Er is geen reden om braaf de meest dubieuze en absurde religieuze beweringen voor zoete koek te slikken onder het zeggen van ‘ja en amen’ omdat het zo belangrijk zou zijn om te geloven, zelfs op grond van slechte argumenten en onvoldoende bewijs. 

Religieuze claims moeten op gelijke voet behandeld worden met ufo’s, de werkzaamheid van alternatieve geneeswijzen, spoken, elektrohypergevoeligheid, Bigfoot, wilde complottheorieën, het paranormale en het monster van Loch Ness: als er geen goede reden is om erin te geloven, omdat alle argumenten ervoor zijn weerlegd, dan zouden we dat dus ook niet moeten doen. Vooral niet wanneer dit tot schadelijk handelen leidt. Dat is het belangrijkste argument vóór atheïsme, of beter gezegd, om anderen te overtuigen van atheïsme. Naast het feit dat, zoals je zelf ruiterlijk toegeeft 'het goed mogelijk is dat heel wat, of zelfs alle, argumenten voor Gods bestaan niet overtuigend zijn', leidt theïsme tot zo ontzettend veel schadelijk handelen en ellende in de wereld, dat vaak allemaal vermeden zou kunnen worden als men simpelweg niet in goden zou geloven. Iedereen kent de voorbeelden: onderdrukking/haat/discriminatie/intimidatie/geweld tegen vrouwen (misogynie), kinderen (denk hierbij in het bijzonder aan genitale verminking, seksueel misbruik, hersenspoeling met religieuze dogma’s, het aanpraten van schuldgevoelens en angst voor branden in de hel), LHBT+ mensen (homofobie), ‘godslasteraars’ (zou je ‘blasfemofobie’ kunnen noemen), ‘ketters’ (bijvoorbeeld de inquisitie), afvalligen (tegenwoordig vooral ex-moslims), andersgelovigen (maar al te vaak in de vorm van godsdienstoorlogen), ongelovigen (atheofobie), gehandicapten (validisme), vreemdelingen (xenofobie), dieren (denk aan onverdoofde slacht en andere dieronvriendelijke rituelen) etc., religieuze kwakzalverij zoals gebedsgenezing, exorcisme of heilig water als ‘medicijn’ of het proberen te ‘genezen’ van mensen die helemaal niet ‘ziek’ zijn zoals LHBT+ mensen, het onwetend houden van mensen door het vrije debat en wetenschappelijke, filosofische en artistieke vooruitgang te hinderen of feiten te ontkennen die kunnen leiden naar beter welzijn voor mens, dier en milieu etc. etc. etc. 

Dat is allemaal niet bepaald zo onschuldig als geloven dat de Maan is gemaakt van groene kaas. Als religies zo onschuldig waren, dan zou ik mij niet zo geroepen voelen om ze te bekritiseren. Maar omdat ik graag anderen wil beschermen tegen vermijdbare ellende, voel ik een morele plicht om religiekritiek te leveren en te proberen mensen op andere gedachten te brengen. Het moet erkend worden dat godsgeloof vaak niet het monopolie heeft op het leveren van motieven voor de hierboven genoemde schadelijke handelingen. Ook is het zeker niet zo dat alle gelovigen zich hieraan schuldig maken, maar het feit dat deze schadelijke handelingen door religies regelmatig worden gemotiveerd en/of gerechtvaardigd, is genoeg om ze ervoor verantwoordelijk te houden. Je ziet dat waar ook maar in de wereld het godsgeloof verdwijnt, dergelijke ellende ook enorm afneemt. Atheïsme is echt redelijker. Kijk naar de meest seculiere regio’s van Europa, Noord-Amerika en Australië, waar dergelijke gruwelen het minst voorkomen, mensenrechten het hoogst in het vaandel staan (dierenrechten helaas niet, dat doen bijv. hindoes, boeddhisten en jaïnisten gemiddeld beter, maar er is vooruitgang onder westerse ongelovigen) en we elkaar met het meeste respect behandelen. 

Zou dat iets te maken kunnen hebben met het feit dat wij ons hier het minste aantrekken van een vermeende hemelse tiran die ons via heilige teksten, geestelijken of persoonlijke ervaringen dicteert om te handelen zoals beschreven in genoemde voorbeelden? Dat is een conclusie die iedere gelovige zou moet overwegen. Vrede op Aarde door godsgeloof af te zweren, dat lijkt mij een prachtige kerstgedachte. 

Leon Korteweg is historicus, bestuurslid bij De Vrije Gedachte, actief bij Guerrilla Skepticism on Wikipedia en heeft geschreven voor o.a. Skepter en De Vrijdenker. Hij is gespecialiseerd in religie (inclusief creationisme), nationalisme, geschiedvervalsing en argumentatieleer.