De Vrije Gedachte
De Vrije Gedachte
Atheïstisch-Humanistische Vereniging

Naakt als de goden | Anton van Hooff

22.06.20 04:10 PM Door De Vrije Gedachte

‘Die Grieken waren wel viezeriken, hè?’ Zo reageerde mijn moeder steevast als ze mij gedwee volgde naar een archeologisch museum in het Middellandse-Zeegebied. Voor de dood van mijn vader waagden mijn ouders zich niet in een vliegtuig. Maar nu hij was gestorven ‘deed het er niet meer toe’, verklaarde ze toen ik als pieuze zoon voorstelde samen op vakantie te gaan. Als voorwaarde stelde ik wel dat ik antiek puin wilde zien en dat we dus per vliegma‐ chien moesten reizen. ‘Maar ik wil wel nog graag een tijdje blijven leven, hoor moeder.’ Goed, zo gingen we in opeenvolgende jaren naar Tunesië, Rhodos, Sorrento, Taormina, Kerkyra en Rimini. 


Naakt vereeuwigen 


Ze slofte steeds braaf achter me aan en reageerde alleen lacherig als ze weer eens een blote piemel zag. Weer legde ik dan uit waarom de Ouden zo hun goden zonder kleren afbeeldden. De verklaring sluit aan bij ‘atheïsme en naturisme’ van Floris van den Berg in dit nummer; geklede personen zijn onbarmhartig gedateerd. Je verbaast je dat die bril en die pluizige trui ooit hebt durven dragen. Maar ja, wij zijn nu eenmaal sterflijk, terwijl voor Grieken en Romeinen het belangrijkste onderscheid was dat goden ‘altijd levend’ (aei zôntes) waren, het standaardpredicaat (epitheton ornans) van Homeros in Ilias en Odyssee voor de athanatoi (onsterflijken). Goden, althans de mannelijke, worden daarom steeds ontkleed uit‐ gebeeld. In sculptuur zijn ze wel iets groter dan mensen. Ze hebben een perfect lichaam. Ze zijn dus mensvormig (antropomorf), maar wel van een ideale gestalte (afb. 1). Beelden van mannen op graf‐ tombes of als sportkampioenen zijn aan de andere kant ‘theomorf’, dus ook ontkleed, gymnos (afb. 2). Zo bedreven de jongeheren ook sport bij de grote festivals en in de plaatselijke gymnasia, ‘bloterijen’, zoals mijn zoon raak vertaalde – altijd een lachsucces als je gymnasiasten vertelt dat ze op een naakterij zitten. De oude Grieken beschouwden naaktsport als cultureel erfgoed; daarin hadden ze naar eigen overtuiging de primeur. Soms werd hun voorbeeld gevolgd, zoals volgens Herodotos door de Perzen, maar ook stuitte het gebruik op felle afwijzing. Een van de aanleidingen voor de joodse opstand der Makkabeeën in –167 tegen de Grieks-Macedonische Seleukieden was de aanwezigheid van een hemeltergend gymnasion in Jeruzalem, teken van de toenemende vergrieksing van de joodse bovelaag. 


Naakte heersers 


De Seleukieden waren letterlijk de zonen/telgen van Seleukos, een van de generaals van Alexander de Grote. Na zijn dood (–324) stelde hij zich net als Ptolemaios in Egypte aanvankelijk op als behoeder van een deel van het enorme rijk dat Alexander veroverd had, maar de ‘overnemers’(diadochoi) wierpen het masker af nadat de ongeveer veertienjarige zoon van Alexander uit de weg was geruimd. Zij namen de koningstitel aan en lieten zich net als Alexander als halfgod zonder kleren beeldhouwen (afb. 3). Romeinse keizers namen deze autocratische traditie over. Naast de keizer als militair imperator en als opper‐ priester met over het hoofd getrokken toga, behoort de keizer in volle naaktheid – en vaak meer dan mens‐ groot – tot de vaste voorstellingen (afb. 4). In de Europese geschiedenis legden heersers die zich als een nieuwe caesar beschouwden, ook alle kleren af. Dat deden Napoleon (afb. 5) en Mussolini (afb. 6). Ooit heb ik ergens gelezen dat in het paleis van Laken in Brussel onder een trap een standbeeld van de naakte Leopold I, de eerste koning der Bel‐ gen, zou staan, maar ik heb dit bericht nooit kunnen verifiëren – heeft een van onze lezers toegang tot de Belgische hofkringen? 

Het vrouwelijk naakt 


Anders dan in de moderne tijd dacht de oudheid bij een naakt niet direct aan het vrouwenlichaam. Een enkele keer wordt een keizerin wel naakt afgebeeld, maar zij heeft dan de gedaante van de godin Venus/Aphrodi‐ te in een klassieke pose (afb. 7); ze bedekt met een hand haar schaamdeel, zoals in het eerste volledig blote standbeeld, de Aphrodite van Knidos van circa –350, als cultusbeeld gemaakt door Praxiteles (afb. 8). Hij zou als model de fameuze hetaere Phryne hebben gebruikt. Haar volmaakte figuur leidde tot haar vrijspraak in een proces wegens disrespect voor de goden. Op het hoogtepunt van zijn pleidooi ontblootte haar advocaat (en min‐ naar) haar volledig. Nee, vond de jury, zo’n godin van een vrouw, kon niet schuldig zijn (afb. 9) [1].


Er werden ook wel andere Aphrodites in min of meer ontblote staat gemaakt, maar bij de hurkende godin die in bad gaat, ging het stellig niet om een cultusbeeld; de betiteling was een alibi voor het uitbeelden van een begeerlijke vrouw. Een twijfelgeval is de fameuze Venus van Milo, correcter: Aphrodite van (het eiland) Melos – het beeld is op dit eiland in 1820 tevoorschijn gekomen (afb. 10). Alleen de torso is gevonden – met een stuk van een arm – wat het beeld een sereen uiterlijk geeft. Het ligt voor de hand dat de rechterarm het kleed moest ophouden, dat van de heupen dreigt te zakken, een variant op de Aphrodite van Knidos. Maar wat deed de linkerarm? Als die werd uitgestrekt of gebogen met in de hand een appel, werd de mythe uitgebeeld waarin Paris haar als de knapste van de drie hoofdgodinnen aanwees. Het lijkt er hoe dan ook niet op dat dit meer dan vrouw-grote beeld (2,20 meter) voor de eredienst was. Als we de uitbeelding van het vrouwelijke lichaam verder terug vervolgen zien we omstreeks –400 reliëfs van vrouwen bij van wie het kleed zo tegen het lichaam aankleeft dat de vormen eronder goed zichtbaar zijn (afb. 11). Men spreekt van de natte stijl. Inderdaad lijken de vrouwen deel te nemen aan een wet T-shirt party. Verder teruggaande, bijvoorbeeld naar de meisjes op het fries van de Parthenontempel, is alles de‐ cent bedekt (afb. 12). Daar heeft de beeldhouwer zich uitgeleefd op de neervallende plooien van de peplos. Ten slotte komen we terug bij de eerste standbeelden van jonge men‐ sen uit de zevende eeuw. Terwijl de jongemannen, kouroi, zoals we in het begin van het stuk zagen, volledig naakt werden uitgebeeld, zijn de meisjes, korai, volledig bedekt. Niet borsten maar bevallige billen wel‐ ven zich onder de chiton of peplos (afb. 13). Om daarop de aandacht te vestigen, leidde ik bij studiereizen naar Griekenland de deelnemers ook steeds naar de achterkant van de opgestelde beelden, tot enige verbazing van andere museumbe‐ zoekers. Welgevormde billen golden zowel bij jonge mannen en vrouwen als een kenmerk van schoonheid. Homeros prijst knappe vrouwen met predicaten als ‘fraai-, fijn-, wel-, wit-, zwart-, glad- en roosbillig’. De fixatie op de billen wordt wel verklaard als kenmerk van de Griekse liefde, waarvan het object een meisje of een androgyne knaap was.


Als het maar klassiek was 


Laten we na dit rondje door de antieke beeldhouwkunst, van vroeg naar laat en weer terug, naar recentere tijden gaan. In de Europese beeldende kunst was het naakt in principe taboe. Daaraan kon alleen enigszins ontsnapt worden door Adams en Eva’s met minuscuul vijgenblad (afb. 14). Ook martelaar Sebastiaan, die gefolterd was door pijlen op hem af te schieten, moest natuurlijk flink ontbloot worden getoond (afb. 15), maar wel met lendendoek net zoals de vele gekruisigde Christussen. In 1492 doorbrak Michelangelo het taboe door in hout een gekruisigde Jezus volledig naakt te ver‐ vaardigen. Het kreeg wel niet de bedoelde plaats achter het hoofdaltaar in de kerk van het klooster van Santa Maria del Santo Spirito in Florence (afb. 16), maar het werd verbannen naar de sacristie, de plaats waar de priester zich klaarmaakt voor de eredienst. Het werd daar in 1962 ontdekt. Zo’n dertig jaar later hakte Michelangelo weer een naakte Christus uit, dit keer als de opgestane. Ook dit beeld werd in een sacristie aan het publieke oog onttrokken, en wel die van San Vincenzo Martire, in Bassano Romano bij Viterbo. Deze eerste versie liet hij in de steek omdat er een zwarte ader in het witte marmer bleek te zitten – zichtbaar op de linkerwang (afb. 17). 


Pas in 2000 werd het beeld als een echte Michelangelo herkend. Steeds als zodanig erkend was de tweede versie, waaraan de kunstenaar spoorslags begon om aan het contract met zijn opdrachtgever te voldoen. Het werd opgesteld in de Santa Maria sopra Minerva, maar kreeg in de barok wel een bronzen lendendoek (afb. 18). Michelangelo’s teruggrijpen op het antieke mannenbeeld voor de godmens werd dus niet gewaar‐ deerd. Anders was het met de heidens-mythologische thema’s; van de zestiende tot ver in de negentiende eeuw mocht (vrouwelijk) naakt als het maar een klassieke figuur voorstelde. Iedere zaal van kunsthistorisch musea heeft doeken met wulpse en blote godinnen en nimfen, waarbij de schaamdelen wel ‘toevallig’ wegvallen achter een takje of doekje. Ik ken één uitzondering uit de rococo: Bouchers schilderij van Leda en de zwaan, de gedaante waarin Zeus tot haar kwam (afb. 19). In de Victoriaanse negentiende eeuw bracht een terugkeer naar se‐ rene klassieke voorbeelden geen doorbreking van het taboe; naakt mocht, zolang het maar om antieke taferelen ging en niet te expliciet was. De Fries Laurens Alma Tade‐ ma (1836-1912), die als Sir Lawren‐ ce Alma-Tadema in Groot-Brittannië met zijn klassieke doeken roem en kapitalen vergaarde, zorgde een keer voor een schandaal met het schilderij ‘Het model van de beeld‐ houwer’ (afb. 20). Dit was een echte vrouw, al stond ze model voor Venus! Schaamhaar heeft ze niet. Dat is ook nooit bij antieke vrouwenbeelden te zien. Er is een hardnek‐ kig gerucht dat de gezaghebbende Britse kunstcriticus John Ruskin (1819-1900) diep geschokt was toen hij in de huwelijksnacht bij zijn bruid een harige Venusheuvel ontdekte. Het zou nooit tot de consummatie van het huwelijk zijn gekomen… 

Vrije lichaamscultuur 


Als het in Aldus sprak Zarathustra over de onmogelijkheid van ware vriendschap gaat, laat Nietzsche zijn profeet uitroepen: ‘Wie zichzelf onthult, schokt. Ja, als jullie goden waren, dan zouden jullie je voor je kleren schamen!’ Dat deden de Duitse jongeren van de Wandervogelbewegung (trekvogelbeweging) die vanaf het begin van de twintigste eeuw vanuit de stad heel romantisch de natuur in trokken. In die tijd kwamen allerlei ‘naturistische’ bewegingen tot de ‘Freikörperkultur’, FKK, zoals het nudisme in Duitsland nog steeds heet. Nederland sukkelde achteraan. Zoals op andere terreinen waren het wel vrijdenkers die in naturisme de kleren afwierpen. In die eerbiedwaardige traditie staat Floris van den Berg. Na aanzetten in de jaren dertig kwam het pas in 1946 tot de oprichting van het verbond van naturisten ‘Zon en leven’, dat negen nudistenterreinen exploiteert. Er bestaan wel zorgen over de vergrijzing, waaraan door het verzachten van het verbod op vleesconsumptie en alcoholgebruik geen halt is toegeroepen. Een opmerkelijke opgang maakte het bloot kamperen en baden in de DDR (afb. 21). Het was een van de weinige vormen van vrijheid die de burgers in het paradijs van burgers en arbeiders zich konden veroorloven. Dit nudisme was een schaamlapje van de dictatuur.


anton.van.hooff@online.nl


[1] Zie mijn onlangs verschenen Klassieke liefde. Eros en seks naar Ovidius, Omni‐ boek, p. 78.


Dit artikel komt uit De Vrijdenker jaargang 51 nr. 06 juli/augustus 202