Eerder Frans Bauer dan Spinoza
Donderdag 30 september ben ik met eindredacteur René van Elst en opmaker Jaap van Dijk naar de tentoonstelling Vrijdenkers: van Spinoza tot nu in het Amsterdam Museum geweest. Deze tentoonstelling is door het museum in samenwerking met het Humanistisch Verbond (HV) ingericht, waarvan de laatste zich steeds meer het begrip ‘’vrijdenker’’ toe-eigent en doet alsof De Vrije Gedachte niet meer bestaat. Zo heb ik van ons bestuur begrepen dat er geen enkele poging tot zoeken van contact is ondernomen. Ik had aan het begin van de tentoonstelling al geen goed gevoel doordat de makers op het bord aan de ingang duidelijk maakten dat iedereen ‘’zich veilig en welkom moet voelen’’. Blijkbaar geldt dat niet voor de economische onderklasse, het ticket voor de expositie koste namelijk maar liefst €20 en ik denk dat de gemiddelde bezoeker hooguit een uur of anderhalf binnen zal zijn. Het HV heeft kennelijk niet alleen de band met De Vrije Gedachte uit het oog verloren maar heeft meteen ook alle socialistische overtuigingen die traditioneel bij de vrijdenker-bewegingen horen bij het vuil gezet. De tekst op het bord impliceert dat zich ‘’welkom’’ voelen niet voor de lokale schoonmaakster is die ook eens naar een tentoonstelling wil, maar wel voor orthodoxe moslims die zich ‘’gekwetst’’ voelen door Mohammed-cartoons, deze cartoons zijn dan ook alleen geblurred te zien. Het HV capituleert hiermee voor een islamitisch dogma; het niet mogen afbeelden van de profeet. Waar in de klassieke opvatting vrijdenken nog stond voor zich los maken van religieuze dogma’s en autoriteit, buigt het HV daar liever voor. Meteen na het bord is een scherm te zien waar volgens de tentoonstelling ‘’vrijdenkers’’ geïnterviewd worden. Ik heb slechts één persoon voorbij zien komen die je een vrijdenker zou kunnen noemen, namelijk Lale Gül, die op de vraag of beledigen altijd moet kunnen als enige ja zei. De rest van de geïnterviewden o.a. Tim Hofman, Sylvana Simons en Hedy d’Ancona, antwoordde liever met nee of ontwijkend. Het werd al snel duidelijk dat volgens de tentoonstelling het begrip vrijdenken erg ruim opgevat dient te worden. Iedereen die ‘’tegen de stroom in gaat’’ is een vrijdenker ongeacht of wat gedacht en beweerd wordt rationeel, wetenschappelijk of empirisch toetsbaar is. Zo was er zelfs een vrouw met een hoofddoek die op het scherm even mocht vertellen hoe erg ‘’gevaarlijk’’ beledigen wel niet kon zijn. Soms vroeg ik me af echt wanneer Frans Bauer met de camera van Bananasplit zou binnenkomen om te vertellen dat het allemaal een grap is.
Identiteit belangrijker dan rationaliteit
Na het vreemde bord en het nog vreemdere filmpje is er een gedeelte van de tentoonstelling dat wel echt een verband heeft met vrijdenken, daar zijn de klassieke vrijdenkers te zien uit de renaissance, de verlichting en de tijd van Darwin. Er liggen mooie klassieke werken in vitrines achter glas, je krijgt al‐ leen wel een hernia van de het hele tijd gebukt kijken op die tafels. Blijkbaar geldt het zich ‘’welkom’’ voelen ook al niet meer voor oudere mensen die last van hun rug krijgen van de hele tijd krom staan. Na dit goede stuk van de tentoonstelling gaat het heel snel bergafwaarts. Zo zijn – in een film op een ander scherm – de geblurde Mohammed-cartoons te zien en is Afrikaanse kunst over slavernij en kolonisatie te zien; wat deze kunst met vrijdenken te maken heeft, wordt niet uitgelegd. Na deze kunst komt er veel aandacht voor feminisme, zwarte emancipatie, homorechten en allerlei andere (sub-)culturen. De identiteitspolitiek spat er vanaf, het draait namelijk vooral om het vrouw, zwart en homo ‘’zijn’’ en de ‘’beleving’’ hiervan.

Een klein tafeltje voor De Vrije Gedachte
Na de overkill van identiteitspolitiek komt er helemaal aan het eind ook nog een wand met (in de ogen van de exposanten) rechtse vrijdenkers zoals Theo van Gogh, Gerard Reve en Pim Fortuyn. Het deed mij grappig genoeg denken aan de geestelijk vader van de Nieuw Links-beweging, Herbert Marcuse die in zijn boek A Critique of Pure Tolerance (een verwijzing naar Immanuel Kant’s Kritik der reinen Vernunft) beweerde dat de heersende klasse gebruik maakt van ‘’repressieve tolerantie’’. Dit betekent dat de machthebbers bepaalde kritiek of geluiden toelaten, zodat de massa niet in opstand komt. Als voorbeelden gaf hij de nar en het carnaval die vaak het zittend bestuur belachelijk maken maar geen gevaar vormen voor hun macht. Zou het ook ‘’repressieve tolerantie’’ zijn om helemaal op het eind van de tentoonstelling nog even snel een wand voor rechtse vrijdenkers in te richten om niet
de kritiek te krijgen dat het bijna allemaal ‘’links’’ is? Al met al was het een erg teleurstellende middag met te weinig aandacht voor het klassieke vrij‐ denken en veel te veel voor identiteitspolitiek.
Artikel uit De Vrijdenker van november 2021 (Foto’s: R. van Elst)