De Vrije Gedachte
De Vrije Gedachte
Atheïstisch-Humanistische Vereniging

Coronamaatregelen, massa en vrijheid | Sicco Polders

08.11.20 03:21 PM Door De Vrije Gedachte


 

  Wij zoeken allen die vrijheid die ons ontslaat van onze plichten jegens de naaste, terwijl nu juist het besef van deze plichten ons tot mensen heeft gemaakt; zonder dit besef zouden wij leven als dieren.   - Tolstoj - [1]

 

Elias Canetti (1905-1994) schreef in zijn onvolprezen Massa en Macht[2] over de menselijke aanrakingsvrees. Zodra wij onze grenzen als persoon hebben vastgesteld, zijn we kwetsbaar en bang te worden aangeraakt door het onbekende, zoals onbekende mensen. Hiermee verklaart Canetti het ontstaan van een massa, want als onderdeel van een massa worden wij verlost van onze angst. Lichaam tegen lichaam vrezen we de aanraking niet meer. Hoe compacter de massa, hoe veiliger we ons voelen. Canetti overtuigt en biedt met zijn originele kijk op het menselijk gedrag een alternatief perspectief op de sociale en psychische gevolgen van de anderhalve meter afstand en het verbod op groepsvorming, naast de bekende ‘huidhonger’ - wat eerder klinkt als het nieuwste boek van Saskia Noort. Want dat we lijden aan een gebrek aan affectie doordat ons biologisch verlangen de ander aan te raken wordt gefrustreerd, is niet het enige verhaal. En dit lijden mag geen reden zijn ons te onttrekken aan de plicht ons te houden aan de coronamaatregelen. Een plicht, die in tegenstelling tot wat velen denken, niet tegen onze vrijheid ingaat, maar er juist uitdrukking aan geeft.


 

Massavorming

De mens heeft een natuurlijke behoefte aan lichaamswarmte. Abel Herzberg (1893-1989) noemde de warmte van een dierbare fundamenteel om te overleven in erbarmelijke omstandigheden, zoals toen hij samen met zijn vrouw gevangen zat in concentratiekamp Bergen-Belsen. Tegen elkaar aan liggen, dat was nog de enige mogelijkheid om het immense verdriet en de gruwelijkheden te kunnen doorstaan.[3] En Herzberg heb ik hoog zitten. Als je Bergen-Belsen overleeft, en de dodenmars, die wellicht nog vreselijker was, en achteraf geen wraakgevoelens koestert en niet wil oordelen, omdat het “makkelijk is over de Duitsers te oordelen omdat ikzelf als Jood nooit in de verleiding heb kunnen komen”, dan is je inzicht in de menselijke psyche groot en wars van sentimentaliteit.

  Maar naast het verlangen aan te raken en aangeraakt te worden, is er meer. Volgens Canetti bestaat er, zoals gezegd, een universele vrees voor de aanraking van het onbekende en een verlangen ons daartegen te beschermen. Dit is reden dat de mens graag massa’s vormt. Tegenwoordig een lastige opgave. De anderhalve meter afstand die we moeten houden van elkaar belemmert het ontstaan van een compacte massa, waardoor we ons nog steeds weinig beschermd voelen. Sterker, het maximale aantal toegestane personen voorkomt überhaupt het ontstaan van een massa.

  Zelf betreur ik het festivalloze leven allerminst, heb ik er geen verdriet van dat de wekelijkse voetbalhorden gedwongen thuis zitten, of dat demonstraties, van veelal door sociale media opgejutte mensen, voorlopig tot het verleden behoren. Maar wie ben ik? Mijn particuliere bezwaren daargelaten, toont Canetti’s werk ons de gevaren van de massa. Gevaren die we allen kunnen onderkennen. Kort gezegd: waar een massa ontstaat, verdwijnt het individu. En dat het individu verdwijnt, betekent meestal slecht nieuws. Want elke politiek die het individuele knecht tot meerdere eer en glorie van een leider, bevindt zich op een hellend vlak. Een leider heeft voor zijn macht de massa nodig. Niet de mogelijkheid geweld uit te kunnen oefenen tegen de massa - eerder een vorm van machteloosheid - maar de grootte van de massa, bepaalt de kracht van de macht. Politieke macht zonder massa, is geen macht. Dat geldt voor Trump, voor Xi-Jinping, en helaas, ook voor Rutte, die maanden lang tandeloos dwingende adviezen gaf aan individuele burgers, die slecht luisterden. Dat is meteen de paradox waarin we ons bevinden. Het vormen van een massa kan zeer onwenselijke gevolgen hebben, Canetti poogde te begrijpen hoe Nazi-Duitsland kon ontstaan. Maar het bestaan van een massa is ook nodig om een noodzakelijk te voeren beleid te laten slagen. Leiders hebben massa’s nodig, in levende lijve of digitaal, massa’s die hen aanhoren, die hen steunen en legitimatie verschaffen voor hun handelen. En in een land als Nederland, waar autonomie en individuele vrijheid belangrijke waarden zijn, is het lastig de massa in beweging te krijgen, omdat we geen massa vormen, hoogstens massa’s die van elkaar verschillen. In normale tijden een deugd, maar tijdens een pandemie ineffectief. Groepsimmuniteit en het besmettingsrisico doen het kabinet telkens weer hameren op het woordje ‘samen’, maar… klinkt daarin ook niet het verlangen door naar een massa? Tenslotte vormen we samen een massa, niet alleen. En alleen als massa, waarbij we allemaal gelijk zijn en gericht op hetzelfde doel, kunnen we momenteel iets bewerkstelligen. Ons aanspreken op onze individuele verantwoordelijkheid, doet recht aan de verlichtingsidealen, maar is onpraktisch gebleken.

 

Overheidsdwang

Hoe zit het dan met onze vrijheid, hoor ik u knarsetandend denken. We worden toch gedwongen om afstand te houden en bij voorkeur binnenshuis de dag door te komen? Gedwongen door een overheid, die op haar beurt gedwongen wordt door de omstandigheden (waar ze nauwelijks invloed op kan uitoefenen) een beleid te kiezen. Het is indirect het virus dat dwingt tot maatregelen ter voorkoming van een ramp, als die zich niet al aan het voltrekken is. Het is goed dit in het achterhoofd te houden, zeker alle Willem Engel aanhangers: de overheid dwingt ons afstand te houden, omdat een reëel bestaand, gevaarlijk virus hen daartoe dwingt.

  Kritiek op overheidsbeleid is wenselijk en een belangrijk kenmerk van een democratie. Het credo ‘het volk bepaalt’ is niet het kenmerk van een democratie - gelukkig maar - maar dat is de mogelijkheid een machthebber te kunnen bekritiseren en af te kunnen zetten, zonder bloedvergieten. Maar het is onredelijk onze overheid af te rekenen op het rondwaren van een virus. Natuurlijk, het virus bepaalt niet dat de horeca moet sluiten of dat er een mondkapje moet worden gedragen. En demonstreren tegen een virus is gekkenwerk, evenals het ontkennen van het bestaan ervan, maar weigeren te geloven dat de overheid in ons belang en met goede intentie een passende afweging probeert te maken, is kwade onwil. En deze onwil heeft verregaande consequenties, zoals meer maatregelen ter voorkoming van nog meer ellende. Laat het besef doordringen dat de overheid niet de huidige sociale en economische gevolgen beoogde. Er was weinig kennis  over het virus - hopelijk nu wat meer - en de verspreiding ervan, en elk beleid kent verliezers. Dat Amsterdam nagenoeg leeg is, dat horeca-ondernemers - ik ben er zelf een van - met lege handen komen te staan, dat verpleeghuizen moeten worden afgegrendeld, en dat jongeren geen kant op kunnen, is niet de wens van de overheid, maar de te betreuren doch onvermijdelijke uitkomst van een te kiezen beleid. 


Welk beleid stelt Willem Engel zich eigenlijk voor? Er is geen perfect antwoord, er zijn wel goede en minder goede antwoorden, maar inherent aan een pandemie is er onzekerheid over de toekomst. Wat Engel en consorten ook zouden voorstellen, de kans dat het beter uitpakt dan nu, is ijdele hoop. Slechts de door hun gemaakte afweging kan anders liggen, maar ook die zal geen garantie bieden op een snelle oplossing. Al helemaal niet als we dan weer in groten getale in elkaars nabijheid mogen vertoeven. Want als er nu één ding zeker lijkt, is dat afstand houden, goede hygiëne en ventilatie, weinig mobiliteit, en geen groepsvorming nog enige bescherming bieden. Zouden we ten faveure van de economie en de geestelijke en lichamelijke gezondheid de maatregelen versoepelen of geheel opheffen, en weer en masse in elkaars gezicht mogen spetteren, elkaar mogen knuffelen, en opeengehoopt in slecht geventileerde ruimtes weer ongegeneerd mogen brullen en zingen, dan liggen binnen de kortste keren de ziekenhuizen vol, is er geen zorgpersoneel meer dat ons verzorgen kan, en zullen er zoveel patiënten met ernstige complicaties zijn, dat we zowel de economie als onze gezondheidszorg voor een onafzienbare tijd naar de gallemiezen hebben geholpen.

 

Vrijheid

Maar, nogmaals, de door het virus afgedwongen noodzaak van ingrijpende maatregelen, beperkt wel onze vrijheid. Of toch niet? Er zijn tal van wetten waaraan we ons houden, zonder dat we ons direct in onze vrijheid beknot voelen. Het is strafbaar iemand dood te slaan, hoewel ik dat soms wens. Desondanks voel ik mij nog steeds vrij. Niet omdat ik inzie dat het slecht zou zijn iemand dood te slaan, dat is immers nooit een waarheid gebeiteld in steen, hoe graag Mozes dat ook zou willen. Het gebod tot naastenliefde is een farce. We zijn, vrij naar Sigmund Freud, vol van agressie die we graag uitleven op anderen. Er zijn goede redenen denkbaar om iemand dood te willen slaan, maar niet om het te mogen. Al is het alleen maar dat een ander mij dan ongestraft dood mag slaan. Het is in mijn belang en ook in het belang van mijn vrijheid, dat we elkaar niet te pas en te onpas doodmeppen. Zou dat wel geoorloofd zijn, dan werd onze vrijheid teniet gedaan door onze permanente angst voor de ander.

  Zo is het ook met de huidige regels, zoals afstand houden en groepsverboden. Wij kunnen niet ongestraft aanraken, niet achteloos nabijkomen en evenmin met meerderen tegelijk vertoeven. Maar dit alles is nodig om onze vrijheid te garanderen. Om niet alleen ons eigen leven, maar ook dat van de ander te beschermen. Naast deze vorm van het schadebeginsel, dat stelt dat iemands vrijheid alleen mag worden ingeperkt om te verhinderen dat hij of zij anderen schaadt, is er nog een reden waarom dwang of plicht niet automatisch een beperking van de vrijheid is. Namelijk, dat onszelf onderwerpen aan een regel juist de uitdrukking is van onze vrijheid. Niemand die dit zo helder uiteen heeft gezet als de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804).

  Volgens Kant moeten we twee dingen doen: ten eerste moeten we handelen met in ons achterhoofd dat we tegelijkertijd zouden kunnen willen dat onze handeling een algemene wet is. En we moeten onszelf en ieder ander nooit louter als middel beschouwen, maar altijd tegelijkertijd als een persoon met eigen doelen. Dat wij onszelf moeten onderwerpen aan een algemene wet, tezamen met de idee dat wij tegelijkertijd altijd een doel-op-zich zijn, betekent dat er maar één wet kan zijn waaraan wij ons als doelen-op-zich kunnen onderwerpen: de door onszelf opgelegde wet. Voilà, de rechtvaardiging van de autonomie (zelfwetgeving) van de mens in een notendop. Wij zijn vrij als rationeel handelende morele wezens, juist door ons te onderwerpen aan wetten die voldoen aan de door Kant gestelde criteria. Vrijheid zit in de plicht de noodzakelijke wet te volgen. Iemand die vrij denkt te zijn door zich niet te houden aan de plicht om afstand te houden, miskent de menselijke vrijheid. Diegene denkt dat vrij zijn synoniem is aan mogen doen (en vaak ook zeggen) wat je wil. Kant zou zeggen dat iemand dan niet handelt in vrijheid als autonoom wezen, maar slechts als slaaf van zijn of haar neigingen. Die houding heeft, zoals we dagelijks kunnen constateren, funeste gevolgen. Al is het alleen maar omdat sommige politici deze opvatting van vrijheid propageren en de burgers aanzetten om te handelen naar het misplaatste idee van zeggen wat je denkt en doen wat je wilt.

 

Afstand

Neem de maatregel afstand houden: als ik afstand houd, kan ik tegelijkertijd willen, zonder tegenstrijdigheid, dat iedereen afstand houdt. Een voorbeeld van Kant stelt dat ik niet kan beloven om geleend geld terug te betalen, terwijl ik van plan ben dat niet te doen. De reden hiervoor is, dat indien het een algemene wet zou zijn om beloftes te breken, mijn eigen valse belofte wordt ondermijnd. Want in een wereld waar iedereen lukraak beloftes mag breken, vertrouwt niemand meer op elkaar en is mijn belofte dus niets meer waard. Kijken we door Kants ogen naar iemand die zich niet houdt aan de coronamaatregel ‘afstand houden’, dan gebeurt het volgende: de maatregel niet opvolgen omdat je dat niet wil, is tegenstrijdig, omdat bij universalisering van de handeling, met andere woorden, niemand die zich eraan houdt, de kans dat je ziek wordt, enorm is. En ik neem aan dat je liever afstand houdt dan ziek wordt. Indien je dat risico wel op de koop toeneemt - dat kan - dan gebruik je misschien wel jezelf als middel én doel op zich, maar níet de ander, die gezond wenst te blijven.


  De vrijheidsbeperkende maatregelen hebben zo bezien niet alleen negatieve gevolgen. Afgezien van de praktische voordelen, zoals een meer afstandelijk begroetingsritueel in plaats van dat ongemakkelijke zoenen van elkaar en het schudden van slappe zweethandjes, is er sprake van letterlijk meer ruimte. De medemens op afstand ervaar ik als aangenaam. Voorheen volgepakte ruimtes, bijvoorbeeld het openbaar vervoer of musea, zijn verfrissend leeg en overzichtelijk. En zoals Canetti aantoonde, het voorkomen van groepsvorming heeft zo zijn voordelen.

  Bovendien kunnen we volgens Kant als rationeel denkende wezens niet anders dan inzien dat we de plicht hebben de maatregelen te volgen. Een inzicht dat uitdrukking geeft aan onze vrijheid en de verspreiding van het virus beperkt. Zodat hopelijk op de lange termijn de teugels kunnen worden gevierd. Let wel, dat we dan zonder mondkapje, in groepen, dicht op elkaar, ons vrij kunnen bewegen, betekent niet dat het gevaar is geweken. Het bestrijden van dit virus is iets anders dan het aanpakken van de oorzaak. En omdat die ligt in ons destructieve gedrag ten opzichte van de natuur, blijft wat we nu gedwongen worden te doen, gewoon een lapmiddel. Maar dat is stof voor een ander artikel.

 

------------------

 

[1] Gorki, M,. Portretten, Uitgeverij De Arbeiderspers, 1982. p. 32.

[2] Canetti, E., Massa en Macht, Athenaeum-Polak&Van Gennep, Amsterdam, 2017.

[3] Bergen Belsen was een KZ lager waar echtparen en soms gehele families samen mochten blijven. Dit neemt niet weg dat zeker in de laatste oorlogsjaren, de periode dat Herzberg en zijn vrouw er gevangen zaten, de omstandigheden niet veel anders waren dan in meer beruchte kampen, zoals in Auschwitz-Birkenau.


De Vrijdenker jaargang 51, nr.09 november 2020