De Vrije Gedachte
De Vrije Gedachte
Atheïstisch-Humanistische Vereniging

Afscheid van een omstreden kardinaal | Thomas Spickmann

01.10.20 09:48 PM Door De Vrije Gedachte

Begin september dit jaar kwam kardinaal Simonis, de emeritus aartsbisschop van Utrecht, te overlijden. Hij had een conservatieve houding en viel tijdens zijn leven op door een aantal aanstootgevende uitspraken. Ik wil dit graag in dit artikel in een bredere context plaatsen. Ten eerste wil ik op algemene ontwikkelingen ingaan, die zich in de afgelopen decennia binnen de katholieke kerk afgespeeld hebben, ten tweede valt mij op dat diverse andere bisschoppen met hun opvattingen en stellingen op kardinaal Simonis leken. Maar eerst wil ik zijn biografie kort samenvatten.

Hij werd in 1931 geboren. Al vroeg wist hij dat hij priester wilde worden. Na zijn studie theologie werd hij gewijd en vervolgens kapelaan in Waddinxveen. Hij leefde ook enige jaren in Rome. Zijn conservatisme in de periode na het Tweede Vaticaanse Concilie viel tot welgevallen van paus Paulus VI op (terwijl veel gelovigen hervormingsgezind waren). Daarom werd Simonis in 1970 bisschop van Rotterdam, in 1983 onder paus Johannes Paulus II aartsbisschop van Utrecht (hij behield deze functie  tot 2007) en in 1985 werd hij zelfs tot kardinaal verheven. Zijn loopbaan had hij aan een bepaalde historische ontwikkeling te danken.

 

 

Hervormingen

Tijdens het pausschap van Johannes XXIII werd in de jaren 60 van de afgelopen eeuw het Tweede Vaticaanse Concilie gehouden. Het resultaat was een aantal hervormingen: Eucharistievieringen mochten over de hele wereld in de moedertalen van alle landen gehouden worden, het Latijn was geen vereiste meer. Conform de nieuwe ritus was en is de priester lichamelijk naar de gelovigen toegewend en staat hij niet meer met de rug naar hen. Achterliggende gedachte is dat zij in gemeenschap met hem moeten vieren, daarom zijn veel moderne kerken zo gebouwd dat de banken in een halve cirkel om het altaar heen staan. Tevens ontstond de ‘oecumene’ die contacten en gezamenlijke vieringen met christenen uit niet-katholieke gemeenschappen mogelijk maakte. 

Deze ‘moderniseringen’ waren voor veel hervormingsgezinde kerkleden bemoedigend. Zij hoopten decennialang op verdere versoepelingen zoals goedkeuring van het gebruik van voorbehoedsmiddelen, afschaffing van het celibaat en invoering van vrouwenpriesterschap. Er ontstonden groeperingen die dit opeisten zoals de Acht Meibeweging in Nederland of ‘Wir sind Kirche’ in Duitsland.


Maar het Vaticaan realiseerde zich dat een al te geliberaliseerde religie op den duur niet overeind te houden zou zijn. Een dergelijke ontwikkeling zou aan de ene kant vanwege groter vrijheidsbesef tot massale afval van het geloof leiden; in een dergelijke situatie kwam het Oostblok eind jaren 80 van de afgelopen eeuw terecht toen Sovjetleider Michail Gorbatsjov het communisme wilde hervormen dat vervolgens echter in elkaar stortte. Aan de andere kant zouden zich veel mensen in de katholieke kerk niet meer thuis voelen, deze verlaten en zich vervolgens bij strengere gemeenschappen aansluiten; zoiets valt in de laatste 20 jaar in Zuid-Amerika op waar christelijk-fundamentalistische groepen ten koste van het katholicisme hard groeien.

 

Conservatisme

Ter voorkoming van zulke ontwikkelingen hebben in de afgelopen 50 tot 60 jaar steeds weer conservatieve priesters, zoals Adrianus Simonis, hoge functies gekregen tot ongenoegen van liberale gelovigen. Dit gebeurde niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld in Duitsland. Te denken valt aan Joachim Meisner, kardinaal-aartsbisschop van Keulen, of Johannes Dyba, bisschop van Fulda (gelegen ten noorden van Frankfurt am Main).

 

 

De overeenkomst tussen deze drie inmiddels overleden heren is niet alleen dat zij zich continu tegen al te grote moderniseringen binnen kerk en samenleving verzet hebben en daarom de mensheid niet vooruithielpen, maar ook dat zij steeds weer door provocerende uitspraken opvielen. Vanzelfsprekend waren zij allemaal heel loyaal aan paus Johannes Paulus II en keurden zij homoseksualiteit en abortus af.

Simonis gaf ooit aan voor huiseigenaren begrip te hebben die geen kamers aan homo’s willen verhuren omdat dit geen juiste levenswijze zou zijn. Dit leidde tot aangifte tegen hem. Bovendien voelde hij niets voor democratie binnen de kerk omdat deze niet door het volk, maar door de heilige geest bestuurd zou moeten worden. Na zijn pensionering kwam het grootschalige seksuele misbruik binnen de katholieke kerk, dat tijdens zijn leiderschap plaatshad, boven tafel. Toen hij daarover op TV door de heren Pauw en Witteman geïnterviewd werd zei hij letterlijk: ‘Wir haben es nicht gewusst!’ (in het Nederlands: Wij wisten het niet!). Dit ligt gevoelig omdat ook veel Duitsers dit na 1945 over de gruwelijkheden van de holocaust, toen deze bekend werden, zeiden. Later bleek dat Simonis wel iets van het seksuele misbruik afwist en zelfs een priester beschermd had die erbij betrokken was geweest.

 

 

'Kerk zonder god'

Wat kardinaal Meisner betreft kan ik mij onder andere de volgende uitlatingen herinneren: Hij vergeleek de abortuspil, die onder toenmalig bondkanselier Schröder gelegaliseerd werd, met Zyklon B, het gifgas waarmee joden in concentratiekampen vermoord werden. Later noemde Meisner homoseksualiteit een gif dat men zou moeten uitzweten. Ook waarschuwde hij een keer voor de activiteiten van de huidige nieuwe atheïsten, zoals Richard Dawkins en de leden van de evolutionair-humanistische Giordano Bruno Stichting, en legde hij een verband met het eerdere godloze beleid van nationaalsocialisten en communisten dat veel ellende met zich meebracht. Meisner overleed in 2017.

Laten wij nog op bisschop Dyba ingaan. Voor hem was een democratisch gestructureerde kerk ‘een kerk zonder god’. Abortus noemde hij ‘kinderholocaust’. Hij presenteerde zich dus als iemand die voor het onvoorwaardelijke behoud van elk leven stond. Maar tegelijkertijd was hij ‘Soldatenbischof’ en had hij dus een pastorale functie voor de mensen van het Duitse leger. Hij keurde de inzet van soldaten in oorlogsgebieden, zoals Irak, goed. Dat mensen daardoor hun levens zouden kunnen verliezen was voor hem minder bezwaarlijk dan dat foetussen geaborteerd worden. Dyba overleed in 2000.

Te concluderen valt dat kardinaal Simonis lang niet de enige omstreden bisschop was. Zijn opvattingen, stellingen, loopbaan en leiderschap waren en zijn een steeds weer terugkerend fenomeen binnen de katholieke wereld. Ik moet hierbij benadrukken dat lang niet alle priesters en gelovigen zo extreme opvattingen hebben en door gevoelige uitspraken opvallen als de drie in dit artikel genoemde bisschoppen. Wat de hervormingen van het Tweede Vaticaanse Concilie betreft kan men zeggen dat deze maar een face-lift waren. Een religie die zich op 2000 jaar oude mythes baseert is niet grootschalig te moderniseren. Het is niet eens de moeite waard.


Artikel uit De Vrijdenker nummer 08 oktober 2020