Een wettelijk verbod op onverdoofd ritueel slachten is een overwinning van de beschaving op een barbaars religieus gebruik.
Het maatschappelijk debat over onverdoofd ritueel slachten laat voor de zoveelste keer zien hoe gelovigen – in dit geval orthodoxe joden en orthodoxe islamieten – ten onrechte privileges opeisen. Zij stellen en eisen dat religie een speciale plaats moet hebben boven andere meningen. Dieren moeten, vanwege een duizenden jaren oud gebod, dat in elk opzicht achterhaald is en niet van een god afkomt maar van gewone stervelingen, onnodig lijden. Gelukkig breekt nu ook bij de (seculiere) politieke partijen en Tweede Kamerleden het besef door dit niet langer kan/mag en is het waarschijnlijk dat een wettelijk verbod er zit aan te komen.
Het is uiteraard niet vreemd dat de zich christelijk noemende partijen tegen een dergelijk verbod zijn en zich beroepen op “vrijheid van geloof”. Welnu: die vrijheid hebben ze: ze mogen immers ongehinderd geloven wat ze willen en dat ook onder woorden brengen!? Alle zin en onzin mogen ze gerust uit de kast halen. Maar… ze mogen (binnenkort) niet alles meer (mis)doen uit naam van dat geloof, want zodra jouw geloof anderen (mensen, dieren) schaadt, houdt jouw vrijheid op dat punt op, is de grens van tolerantie bereikt.






