 |
In het voorjaar van 1983
publiceerde de `Socialistiese Partij' (SP) de brochure `Gastarbeid en Kapitaal', die in
links Nederland veel stof deed opwaaien. Probeerde de SP de CP wind uit de zeilen te
nemen? In dit omvangrijke artikel aandacht voor deze brochure en de reakties erop, maar
ook voor het reilen en zeilen van de eens maoïstiese SP, voor `de waarde van kulturen' en
het dezer dagen zo moeilijke anti-rascisme.
We schrijven 1964. Het 19e partijkongres van de CPN. Niet voor het eerst en zeker ook niet
voor het laatst is er in vele afdelingen ongenoegen ontstaan over de `revisionistiese'
koers van de partij. Als het kongres dan ook nog eens geen partij wil kiezen in [het]
`Moskou-Peking'-konflikt, dan is in ieder geval voor de `maoïstiese oppositie' de maat
vol. Een paar maanden later zou ook Nederland een `m.l.-beweging' hebben. Een aantal van
de toen ontstane marxisties-leninistiese partijtjes deed van tijd tot tijd van zich
spreken. Een paar wisten hun principes tot op de dag van vandaag op de een of andere wijze
staande te houden. Zo ook de Socialistiese Partij, opgericht in 1972 (na een nogal
ingewikkelde voorgeschiedenis die ik hier maar zal laten rusten).
De SP baseert zich, zo werd later in de brochure `Onze Partij' uitgelegd, op de theorieën
van Marx, Lenin èn Mao. Via `massa-organisaties' zou gestreden gaan worden voor bepaalde
`deelbelangen'. Het behoorde dan tot de taak van de SP-ers om die akties `op hoger nivo'
te tillen: `Zij dragen de ideeën aan en verzetten veel werk. Op deze manier aanvaarden de
partijloze mensen de SP-leden in de massa-organisatie vrijwillig in de leiding'. (1) In de
loop der jaren werd een flink aantal van die massa-organisaties op poten gezet, zoals het
Milieu Aktiecentrum Nederland (MAN), en de Bond van Huurders en Woningzoekenden (BHW).
`Voorkomen is beter' (Vib) werd aktief op `de markt van welzijn en geluk'. Vanaf de
oprichting zou de Vib o.a. pleiten voor een jaarlijkse gezondheidstest voor de gehele
Nederlandse bevolking, met als argument `dat tenslotte ook een auto om de tienduizend
kilometer een onderhoudsbeurt nodig heeft'.
Hans Achterhuis sprak niet ten onrechte van een `klopjacht'... (2).
Het Komitee van Mens tot Mens, aktief sinds de Vietnam-oorlog, werd eind jaren '70 nieuw
leven in geblazen: het zou de vredesbeweging van de SP worden. De leus `de Hollandse
ziekte is een gezonde kwaal' deed het natuurlijk prima in de SP-kring (3). De SP tegen
kernwapens, een hele prestatie als men bedenkt dat andere m.l.-splinters jarenlang het
Peking-standpunt bleven vertolken en dus telkens voor de dreiging die nà de dood van
Stalin van de Sovjetunie uitging waarschuwden! (4).
De SP steunt haar massa-organisaties met drukwerk, juridiese en andere `wetenschappelijke'
adviezen en, last but not least, een altijd bereikbaar telefoonnummer.
Sommige massa-organisaties vermelden de SP zo af en toe in hun krantjes als `de enige
politieke partij die onze akties ondersteunt', terwijl het SP-blad de Tribune aandacht aan
de aktiviteiten ervan besteedt.
Het relatieve elektorale sukses van de SP bij raadsverkiezingen - zetels in Nijmegen, Oss,
Wageningen en Boxtel - zal dan ook voor een groot deel te danken zijn aan het
`aktiepartij-imago' dat de SP in de loop der jaren heeft weten op te bouwen. Diskussies
als in de PvdA over de vraag `aktiepartij of beginselpartij' worden in de SP niet gevoerd,
en dat heeft zo zijn voordelen. Een raadslid in 1977: ``We hebben nooit de nadruk gelegd
op beloftes zoals andere partijen, maar we hebben er op gewezen dat we door willen gaan
met wat we altijd al gedaan hebben' (5). Anno 1984 is de SP nauwelijks meer een
maoïstiese partij te noemen, zoals al uit het kernwapenstandpunt bleek, zit de SP niet op
een `Peking-lijn'. Dat zou er na de dood van Mao (in 1976) ook niet eenvoudiger op
geworden zijn. Wèl zijn overduidelijk enkele `maoïstiese' principes overeind gebleven:
het `dien het volk', de massa-lijn en de stelling dat ware kennis voortkomt uit de
praktijk'. De kern van onze werkwijze die voortvloeit uit onze filosofie (het dialekties
materialisme) is als volgt samen te vatten: een doorlopend proces van luisteren naar de
mensen, voorstellen doen tot aktie, toetsen van het voorstel aan de praktijk, zodat het
juiste wordt bevestigd en het foute wordt gekorrigeerd', zoals de SP het onlangs zelf
formuleerde (6). Dat de stap naar een pure populistiese `zo de wind waait, waait
mijn jasje' politiek (waaraan, dat lijkt mij buiten kijf, elke politieke partij
zich min of meer schuldig maakt) gevaarlijk klein is geworden is voor de SP geen probleem.
Het betekent wel dat het `dialekties materialisme' nauwelijks een rol speelt bij de
totstandkoming van SP-standpunten. Het impliceert inderdaad een `achter iedere beweging
aanhollen, zonder dat getoetst wordt of de doelstellingen wel stroken met de eigen
socialistiese uitgangspunten' (7), zoals de PSP-er Bonne Wisman de SP verweet. Typerend
was ook het SP-antwoord op dergelijke PSP-kritiek: `Een partij die in meer dan 25 jaar nog
niet is doorgedrongen in de arbeidersklasse zou op zijn minst wat meer bescheiden kunnen
zijn (8): de vertrossing van `linkse' politiek ten voeten uit!< inhoud dossier
>
Initiatieven
Opvallend is dat de SP de laatste jaren zelf, `als SP dus' meer initiatieven is
gaan ontplooien. Of hier een Nieuwe Taktiek aan ten grondslag ligt, of dat bepaalde
problematieken zich niet zo lenen voor een aanpak via de zoveelste massa-organisatie, of
dat de SP zich inmiddels zelf als een massa-organisatie beschouwt (vergelijk de gespierde
taal aan het adres van de PSP), of dat sommigen de brochure-kultuur van weleer zijn gaan
missen? Geen idee! Hoe dit ook zij, in maart 1980 verscheen de SP-brochure `Arbeidersvrouw
en feminisme'. Eén van de konklusies in die brochure: `Het feminisme staat de bevrijding
van àlle vrouwen in de weg. Vrouwen die zich uit dit feministies isolement willen
verlossen en als een volwaardig kameraad willen meedraaien in de strijd voor een
rechtvaardige maatschappij voor alle mensen, zijn welkom in de SP'. Ja, ja. En passant
wordt fijntjes opgemerkt dat `veel feministen moeilijkheden hebben op sexueei gebied',
voorts dat de arbeidersklasse het als een overwinning beschouwt dat `één persoon door
middel van loonarbeid het gezin kan onderhouden' en wordt de lofzang geheven op het
veelzijdige bestaan van de huisvrouw: `Zij bereidt de maaltijd, is dus kokkin. Zij wast en
strijkt, is dus...' Zelfontplooiing? Een burgerlijke uitvinding, `overgewaaid uit de VS'.
En: `omdat de bloeiende ekonomiese situatie veel arbeiderskrachten kon gebruiken, kwam de
voor handen zijnde reserve aan vrouwen zeer goed van pas'. Een goed woord hier en daar
voor Dolle Mina (`aan een juist klassestandpunt ten onder gegaan'), een schop tegen de
zogenaamde linkse partijen die, tegen de belangen van de Nederlandse arbeidersvrouw in,
meehuilen in het koor van de `dames feministen' en je hebt een `genuanceerde'
feminisme-brochure in elkaar gedraaid. Een pleidooi voor `de rechten van het kind' doet de
rest.
Op de vredesdemonstratie van 29 november 1983 in Den Haag was de SP ook van de partij. Het
Komitee van Mens tot Mens lijkt van de aardbodem verdwenen. Of de SP extra haar best deed,
omdat op de Oplandposter ditmaal het Gezin meeliep zal altijd een raadsel blijven, zeker
is wel dat het SP-pamflet ``Deze vlieger gaat niet op'' het meest verspreide drukwerkje
van die dag was, met een Hare Krishna-krantje als een goeie tweede. De vormgeving van het
SP-drukwerkje was alleraardigst. Rood, wit en blauw waren de kleuren en op de omslag
prijkte een oerhollands tafereeltje met een molentje (9), met als dissonant: een
kruisraket (of wat daar voor doorging). Een foto op de binnenpagina toonde ons een groep
vrouwen die de leuze ``Geen NAVO-geld, Huishoudgeld'' met zich meetorste. Vast geen
feministes!
Vervang de raket van die voorpagina door een of ander plaatje van `een buitenlander',
bijvoorbeeld een van die plaatjes waar Volkskrant-tekenaar Jos Collignon in grossiert, en
je zou een uitstekende omslag hebben voor de SP-brochure `Gastarbeid en Kapitaal' die in
het voorjaar van 1983 verscheen. Niet alleen kwa vormgeving echter een somber geheel... De
brochure die verscheen onder verantwoordelijkheid van het landelijk bestuur van de SP,
vloeide voort, zo staat in de inleiding te lezen, uit een opdracht van de leden om na
onderzoek een standpunt te formuleren over het verschijnsel gastarbeid. De noestere
SP-onderzoekers hadden al gauw door dat de problemen vooral bestonden bij `die mensen die
van het platteland komen, de islamitiese godsdienst belijden en zich waarschijnlijk
moeilijk kunnen aanpassen aan de werk- en leefgewoonten van ons land'. Bij de Turkse en
Marokkaanse gastarbeiders en hun gezinnen dus.
Het eerste hoofdstuk handelt echter over gastarbeid in de 19e eeuw. De SP gaat niet over
één nacht ijs. De bedoeling van dit hoofdstuk lijkt vooral te zijn om te onderstrepen
dat de SP niets heeft tegen gastarbeiders in het algemeen, al blijkt spoedig dat de SP
geen bezwaar heeft tegen linkse gastarbeiders in het bijzonder. De Duitse
``Hollandgänger'' krijgen daarom veel aandacht en worden niet zozeer geprezen om hun
harde werken in het Nederlandse veen maar vooral vanwege de socialistiese ideeën die zij
hier introduceren. De `Vereeniging tot zedelijke beschaving der arbeidende klasse' onder
leiding van de Duitse houtkoper (!?) Gödecke, organiseerde de eerste akties in ons land
tegen duurte en werkloosheid (10). Ook verspreidde de vereniging die via ene Dohl in
verbinding stond met de in Londen verblijvende Marx en Engels, de eerste honderd
exemplaren van het Kommunisties Manifest. Of de tweede exemplaren ook verspreid werden
blijft helaas onduidelijk. Maar goed, een driewerf hoera voor onze Duitse kameraden.
Niet alle Duitsers die naar ons land kwamen kunnen evenwel op SP-sympathie rekenen.
Duidelijk moeite heeft de SP met de `golf' Duitse dienstmeisjes die na de eerste
wereldoorlog naar Nederland kwam. Want, zo stelt de brochure, `hun techniese kwaliteiten
waren niet beter (als die van de Nederlandse dienstmeisjes) maar wel goedkoper'. En
socialisties waren we al dankzij die honderd kommunistiese manifesten?
De dienstmeisjes-passage vormt een aanloopje tot het hoofdstuk dat gaat over de gastarbeid
in Nederland na de tweede wereldoorlog. `Komen we in 1947 weer de eerste Duitsers (27.900)
en 25.300 Belgen tegen, in 1968 blijken we plotseling 202.200 buitenlanders in ons land te
hebben'. De vele tienduizenden die uit Indonesië naar Nederland kwamen in de periode
1950-1958 en die zonder al te veel problemen hun weg vonden in de Nederlandse samenleving
slaan de SP-auteurs voor het gemak maar even over. Het ging tenslotte om de Marokkanen en
de Turken, `die door de ondernemers zijn en worden gebruikt voor ongeschoolde arbeid'.
Deze gastarbeiders verrichten het zware en vuile werk dat, zo weet de SP, Nederlanders
alleen zouden doen als er èn moderne machines voor waren, èn er een behoorlijk loon
tegenover stond. Het kapitaal misbruikte de gastarbeid om in een periode van ekonomiese
groei de achtergebleven investeringen in mechanisatie en automatisering te overbruggen.
Die periode is inmiddels voorbij en dus gaat het er somber uitzien voor de
gastarbeiders, want: `Voor de automatisering kan men slechts goed geschoolde, liefst nog
meerdere talen sprekende mensen gebruiken'. Weinig kans voor hen: `omscholing van
buitenlanders blijkt in de praktijk te mislukken' en bij de eerste de beste psychologiese
test (!) voor menige Nederlander al een heel probleem, vallen buitenlanders uit de boot.
Met de gezinshereniging begint volgens de brochure `toch dikwijls' (!?) de ellende pas
goed: Met de (meestal tweedehands) gaskachels, geisers, strijkijzers en wat niet al kan
het gemiddelde buitenlandse gezin natuurlijk niet overweg. Zelfs de wc's zijn voor hen
dikwijls `heel vreemde dingen'. En maar niet de Nederlandse taal willen leren, zodat de SP
uit kan leggen hoe je een Nederlands toilet dient te gebruiken! De belangrijkste oorzaak
van dit alles vormt volgens de brochure het islamities geloof.
In de paragraaf over de islam is o.a. een citaat opgenomen van Anton Constandse (uit De
Nieuwe Linie) waarin hij de vloer aanveegt met de islamitiese `kultuur'. Termen als
taboes, feodale leiders, fascistiese overvallers en gruwelijke slachtmethodes passeren de
revu, met als konklusie: `Waarom van nieuwkomers aanvaarden wat we zelf in gewoonten en
wetten hebben opgeruimd?'. De kritiek van Sjef Theunis, een week later in DNL werd in de
brochure maar achterwege gelaten, evenals de diskussie tussen Constandse en Theunis die er
op volgde (11). De boodschap is tenslotte duidelijk. De brochure gunt ons liever een blik
in de toekomst: helaas, helaas, ook voor de tweede generatie weinig kans. Uitzicht voor
die generatie is `bijna niet aanwezig'. `Hun zo andere kultuur' doet de SP ook voor de
tweede generatie het ergste vrezen.
De konklusie van de SP is daarom dat `er nu eindelijk eens' konkrete stappen ondernomen
moeten worden. Het kapitaal werd de afgelopen jaren geen strobreed in de weg gelegd bij
hun manipulaties met de gastarbeiders! `Na veel onderzoek en studie' meent de SP daarom te
moeten komen met de volgende voorstellen: òf de buitenlanders nemen na verloop van tijd
de Nederlandse nationaliteit aan, òf zij keren op een gegeven moment terug naar hun
vaderland, mèt een premie van maar liefst f. 75.000,--. Ter voorbereiding van het
doorbreken van de huidige vlees-noch-vis-situatie (het niet kunnen of willen kiezen tussen
`aanpassen' of `oprotten') denkt de SP aan speciale kursussen, zowel voor de
blijvers (een pakket Nederlandse taal, zeden en gewoonten) als voor de terugkeerders
(idem, Turks/Marokkaans). Over de bedragen en de invulling van een aantal voorwaarden valt
met de SP nog wel te praten maar...`in ieder geval is met de uitvoering van onze
voorstellen te voorkomen dat het kapitaal een soort tweederangsburgers zal laten ontstaan
en daarmee tegenstellingen onder de arbeiders op te roepen. Tegenstellingen die het
kapitaal zal gebruiken om, via het bekende verdeel-en-heers-principe arbeiders af te
houden van de strijd die zij werkelijk moeten voeren'.
< inhoud dossier >
Racisme
Menigeen had echter zo zijn twijfels en vroeg zich af of de SP zèlf niet die
`tegenstellingen' aan het oproepen was! De brochure werd nou niet bepaald met gejuich in
links Nederland ontvangen. `Puur racisme' werd de SP verweten in AFdruk, de nieuwsbrief
van een aantal anti-fascisme-groepen die elkaar landelijk gevonden hebben (12). Volgens de
CPN is de SP `op jacht naar Janmaat-stemmers': `buitenlanders worden door de SP gedwongen
tot assimilatie of vertrek en dat heeft niets meer met socialisme te maken' (13). Volgens
het PSP-partijbestuur schaarde de SP zich met de brochure `onder die groeperingen die de
buitenlanders afschilderen als vreemde indringers' en kondigde een boykot af (14). Als
gevolg van één en ander ontbrak de SP bij een aantal 1 mei-vieringen in '83 (15).
Enkele positieve reakties kwamen er overigens ook. Deze werden door de SP gebundeld en
gepubliceerd in een brochure `Reakties en kommentaren op het rapport Gastarbeid en
Kapitaal'. Hierin o.a. de reakties van Anton Constandse (16) en Theun de Vries. Opvallend
was evenwel dat de (vele!) uitgesproken negatieve reakties in deze `Reakties
op...'-brochure ontbraken. Een reaktie op het standpunt van het PSP-partijbestuur
stond er wel in, maar niet het standpunt van het bestuur zelf. Hetzelfde geldt voor de
kommentaren in de Waarheid en het Vrije Volk. Ook de positieve reaktie van het Oud
Strijders Legioen ontbrak (17) ...
`Goed gedokumenteerd' noemde Theun de Vries de SP-brochure in zijn reaktie. Inderdaad is
de lijst met geraadpleegde literatuur op het eerste gezicht indrukwekkend. Nadere
bestudering leert evenwel dat die dokumentatie geen andere bedoeling had dan dat `indruk
wekken'.
Het eerste dat opvalt is het ontbreken van een notenapparaat. In het gunstigste geval
wordt er in de tekst verwezen naar bijvoorbeeld `Het artikel in Intermediair', welk
artikel wordt dan helaas niet duidelijk. Voor een aantal passages - over de Duitse
dienstmeisjes bijvoorbeeld - heb ik in de literatuurlijst geen enkele bron kunnen
achterhalen. De bronnen die daarentegen wel staan vermeld, zijn nogal eens vaag. Wat te
denken van een bron als `Ministerie van CRM - Rijksvoorlichtingsdienst'? En voor welke
(dag)bladen staan afkortingen als DD, HD en ED?
Het Civis Mundi-nummer van Couwenberg over etniese minderheden staat keurig vermeld, maar
hoe kom ik aan de Utrechtse Buurtpost (Nr. 25) of `de brief van
vrouwendiskussiegroep ``Het Hobbeltje'' te Dordrecht'?
Waarom wel de column van Bart Tromp opgenomen en niet het artikel van Jan Rath (18),
waarvan die column een bespreking was? Spelfouten als `Romeyn' en Peter `Schumaker' zijn
wellicht niet te vermijden, maar als een artikel uit het Tijdschrift voor Sociale
Geschiedenis over `Arbeiderskonflikten in de periode 1813-1872' klakkeloos gevolgd
wordt door het enige andere artikel uit dat nummer (Bokkerijders) dan is het voor mij
duidelijk dat het de SP in ieder geval niet om een zorgvuldige dokumentatie te doen was.
De samenstelling van de lijst is helaas ook eenzijdig. Geen bron waar goede informatie
over de islam uit gehaald kan zijn. Geen studies over minderheden, niet over het
overzichtwerk van Sjef Theunis, niet de belangrijke studies van Wasif Shadid of Lotty van
den Berg (19). Zelfs marxisties-leninistiese klassiekers ontbreken, zoals Marx' `Zur
Judenfrage' (!) of Mao's `Over de korrekte behandeling van tegenstellingen binnen het
volk'. En dat terwijl Mao's uitspraak `Wanneer jullie je snel tot de waarheid bekeren
vergeven we jullie, zo niet dan zullen jullie tot klassevijanden worden uitgeroepen en
dienovereenkomstig behandeld worden' (20) toch aardig de strekking die de brochure
weergeeft...
Maar goed, ik begrijp het al, Mao vond het lezen van te veel boeken schadelijk (21)!
`Goed gedokumenteerd'? Zo'n kwalifikatie zegt meer over `De Vries als historikus' dan over
de brochure. Al met al is het minste dat SP-leden zouden moeten eisen van de partijleiding
om eens echt aan de studie te gaan! Of dat veel zou helpen is overigens nog maar de vraag.
De SP komt namelijk de `eer' toe om, sinds 1972, een Konsekwent Standpunt over het
verschijnsel gastarbeid in te nemen. Trouwens, ook de PvdA en de PPR hadden destijds de
nodige moeite met de gastarbeid. Maar terwijl `links' zich in het algemeen halverwege de
jaren '70 begon te realiseren dat gastarbeiders in feite immigranten waren, hield de SP
voet bij stuk.
Een belangrijke rol bij deze omslag in het denken over de gastarbeid speelde een artikel
van de toenmalige medewerker op het ministerie van CRM, Han Entzinger. Zijn artikel
`Nederland immigratieland?' was bijvoorbeeld voor het toenmalige, kersverse PvdA-kamerlid
Molleman aanleiding om zich in de minderhedenproblematiek te gaan verdiepen (22).
Onbedoeld leidde het ook tot de leuze `Nederland, géén immigratieland' waarmee een
nieuwe politieke beweging een kamerzetel wist te veroveren.
Het was verheugend dat Theun de Vries bij zichzelf konstateerde dat hij, `redenerende over
de islamieten zoals ik doe' - De Vries hanteerde o.a. de term `Fremdkörper, de Nazi-term
voor de joden, ter aanduiding van Turkse en Marokkaanse minderheden - akelig dicht bij de
Centrumpartij (die de Vries `haat') in de buurt komt (23). Ook Constandse ontwaarde
`racistiese elementen' in `Gastarbeid en Kapitaal'. Dat iemand als Glimmerveen, op grond
van dezelfde informatie die de SP aandraagt, zou kunnen stellen dat we ook dat socialisme
al aan die vermaledijde gastarbeiders te danken hebben, is hen blijkbaar niet opgevallen.
Geschiedschrijving met een van te voren vaststaande uitkomst (finalistiese
geschiedschrijving) en dat is in de SP-brochure het geval, is per definitie korrupt. Piet
Vroon vergeleek het SP-verhaal met een middeleeuwse heksenjacht. Vroons histories besef
werd door de rechter gehonoreerd, want de SP verloor een proces tegen Vroon en de
Volkskrant (24).
`Puur racisme' kun je de SP echter niet verwijten; daarvoor ontbreekt een duidelijke
rassentheorie. Dat wil echter niet zeggen dat er niets met de brochure aan de hand is.
`Racisme' omvat meer dan de strikte rassenwaan alleen. Om een recente definitie aan te
halen: `racisme is die specifieke ideologie, die de uitbuiting en afhankelijkheid van een
bepaald `ras' (groep, volk) organiseert en reguleert op basis van veronderstelde kulturele
en/of minderwaardigheid van dit `ras' en op deze wijze machtsverschillen in stand
houdt en verdiept (25).
Het zal duidelijk zijn dat volgens deze definitie de SP-brochure als racisties
ge(dis)kwalificeerd moet worden, voor zover tenminste de kulturele minderwaardigheid van
de islamitiese gastarbeiders/immigranten als bekend wordt verondersteld en niet aangetoond.
De vraag is dan of dat laatste überhaupt kan, want schrijven laat staan oordelen over de
`waarde van kulturen' is een hachelijke aangelegenheid. De geschiedenis van vooroordelen
is even lang als tragies. Betekende voor de oude Grieken het woord barbaros aanvankelijk
`vreemdeling' zonder enige denigrerende bijbetekenis (Herodotus zou nog zijn bewondering
uitspreken voor de prestaties van de barbaroi) na het optreden van de Perzen in de
5e eeuw v. Chr. ontwikkelde zich het Griekse superioriteitsgevoel waardoor langzamerhand barbaros
hetzelfde ging betekenen als `onbeschaafd' ofwel barbaars! Aan het westerse
kultuurbegrip zou lange tijd een zelfde vooroordeel kleven (26).
Het begrip kultuur, waarvoor in de 18e eeuw door de Franse fysiokraat Turgot de
theoretiese grondslagen waren gelegd, zou tot vèr in de 19e eeuw namelijk vrijwel
uitsluitend in het enkelvoud gebruikt worden: een volk had kultuur of had die niet. De
`kultuurloze' volken vielen dan in de kategorie: `natuurvolk' of de, al dan niet
nobele `wilden'.
De Chinezen, nog bewierookt in de 18e eeuw, zouden het in de 19e eeuw niet verder
brengen dan de status van `halfkultuurvolk'. Het antropologies (etnografies) onderzoek dat
na ca. 1850 op gang kwam zou dit beeld langzaam maar zeker gaan korrigeren. Aanvankelijk
bleef echter de hiërarchiese rangschikking van `kulturen' het uitgangspunt. Lange tijd
meenden antropologen door het bestuderen van `primitieve' maatschappijen achter de
oorsprong van moderne verschijnselen van religie, kunst en de staat te kunnen komen. Onder
invloed van één van die evolutionistiese antropologen, te weten de Amerikaan
Lewis H. Morgan zou Friedrich Engels zijn boekje `Over de oorsprong van de familie, de
partikuliere eigendom en de staat' (1884) schrijven.
De Europese vooroordelen zouden aldus lange tijd `kultureel', vooral religieus, van aard
zijn, wat niet wegneemt dat racistiese ideeën van meet af aan een rol speelden. Schulte
Nordholt schreef over de oudst bekende racistiese karikatuur uit 1277: `al was toen de
jodenhaat misschien haat tegen hun godsdienst, toch tekent men al met nadruk zo hatelijk
mogelijk het lijfelijke onderscheid' (27).
Pas rond de eeuwwisseling gingen, niet op de laatste plaats dankzij ons onvolprezen
westerse `wetenschappelijke' onderzoek, puur racistiese ideeën de bestaande vooroordelen
versterken. De vooroordelen waren er m.a.w. eerder dan de rassenwaan. Het `racisme' leidde
tot de uitvinding van het begrip `ras' en niet andersom! (29).
De antropologiese theorievorming vond uiteraard niet in een maatschappelijk luchtledige
plaats. Het denken over andere volken werd in sterke mate beïnvloed door de expansie van
het Europese kolonialisme (29). De evolutionistiese theorieën sloten hier prachtig op
aan: wezen de evolutionisten immers niet op de achterlijkheid van de te koloniseren
volken? Werd daar niet `iets groots verricht'? Ook Marx meende dat het Britse kolonialisme
India uiteindelijk zou meeslepen in de vaart der volken.
Geleidelijk aan kwamen antropologen tot het inzicht dat kulturen - vanaf 1900 raakt
het meervoud in zwang - het beste van binnenuit, vanuit de eigen struktuur, begrepen
kunnen worden. Van dit inzicht was het maar een kleine stap naar de idee van de
principiële gelijkwaardigheid van alle kulturen: het kultuurrelativisme leidde tot
een eties [etnies??] relativisme. Ook hier is het goed te wijzen op de maatschappelijke
achtergrond. Want toen eenmaal de onderwerping van vele inheemse kulturen een feit was,
hadden de koloniale overheersers alle belang bij de instandhouding van die kulturen. De
export van de westerse liberale èn socialistiese waarden zouden de overheersten wel eens
op ideeën kunnen brengen en dat was natuurlijk niet de bedoeling (30). Met de
vaststelling dat het kultureel relativisme ook een ideologie is, is de idee dat `alle
kulturen gelijk zijn' nog niet volledig onzinnig of verdacht geworden. De antropoloog
Herskovits bijvoorbeeld verdedigde dit relativisme als een `nieuw humanisme', als `de
noodzakelijke leer van een in pluraliteit van kulturen vreedzaam levende mensheid' (31).
Het probleem is alleen dat dit niet konsekwent is vol te houden: Met welk recht zou de
Apartheids`kultuur', de Nazi`kultuur', Mao's `kulturele' revolutie (een ordinaire
onderdrukkingskampanje) bekritiseerd kunnen worden? Kultureel relativisme zou ook de
tolerantie van intolerantie betekenen!
< inhoud dossier >
Tolerantie
Er zijn uit deze paradoxale situatie, de onhoudbaarheid van zowel een ondoordacht
etnocentrisme als een simplisties kultureel relativisme een aantal oplossingen mogelijk
(32), die evenwel altijd een keuze impliceren. `Zelfs' het nihilisme, het afwijzen
van welke norm of waarde dan ook, blijkt zeker achteraf, een keuze in te houden. Welnu:
Als er dan toch gekozen moet worden dan lijken waarden als tolerantie en
zelfontplooiing mij niet de slechtste. `Lijken mij'?? Misschien zijn het wel
Fundamentele Waarden van onze westerse kultuur, en als dat niet zo is, wie zal mij het
recht ontzeggen om te vinden dat dat volgens mij zo zou moeten zijn?
Ik denk dat dit in ieder geval een beter uitgangspunt is dan dat van het `primitieve
atheisme' - de term is van De Ligt - dat meent dat het atheisme `bewezen' zou zijn door
rede en wetenschap en daarom alle `gelovigen' voor nagenoeg achterlijk denkt te kunnen
verslijten. Ook voor het atheisme blijkt echter, soms op pijnlijke wijze, de
onvermijdelijke plaats- en tijdgebondenheid te gelden. Ging Leo Polak, terecht beschouwd
als een groot vrijdenker, niet in de fout met zijn pleidooi voor eugenetika? Evenmin als
zijn tijdgenoot prof. Stenmetz schrok Polak er voor terug te pleiten voor
erfelijkheidonderzoek, naar geestelijke en lichamelijke eigenschappen van het
voorgeslacht, dat `zich over een heel stuk stamboom (zal) moeten uitstrekken om een zekere
graad van waarschijnlijkheid voor de prognose (van de kwaliteit van het nageslacht, CB) te
verkrijgen' (33).
Wie deze plaats- en tijdgebondenheid ontkent, schreef Van Dooren terecht `vervalt maar al
te gemakkelijk in een dogmaties standpunt (...). Ook al ben ik zelf atheist, ik heb geen
behoefte aan blindelings bestrijden van alles wat kerk en godsdienst is' (34). Van Dooren
zal ongetwijfeld niet aan `moskee' en `islam' gedacht hebben toen hij dit schreef, maar
ook een verkettering van de islam, zeker wanneer dat gebeurt zonder kennis van zaken zou
zo'n blindelingse bestrijding zijn. Tolerantie, relativering van de eigen standpunten zijn
helaas dingen die sommige moderne vrijdenkers nog niet geleerd hebben.
Voor anarchisten geldt uiteraard hetzelfde. In 1934 schreef de Vrije Socialist
bijvoorbeeld dat de oude beweging niet anti-semities genoeg geweest was; dat `joden' als
Henri Polak en prof. Kleerekoper het in de moderne vakbeweging en de sociaal-demokratie
voor het zeggen hadden gekregen was voor de auteur blijkbaar het toppunt van `verwording'
(35). In onze dagen zouden krakers de Amsterdamse bevolking er aan herinneren dat zij een
`jood' als burgermeester had.
De principiële keuze voor tolerantie en zelfontplooiing is evenwel ook niet zonder
problemen. Die keuze komt voor hetzelfde probleem te staan als het kultuurrelativisme,
namelijk voor de vraag naar de toelaatbaarheid van intolerantie.
Het verschil met de tolerantie van het kultuurrelativisme (36) is echter dat de tolerantie
een norm is die los van welke kultuur dan ook zou moeten gelden. Zowel de intolerantie in
de eigen kultuur als die in andere kulturen wordt er door bestreken. De intolerantie die
schuilt in het niet-tolereren van intolerantie wordt er in herkend en erkend. Het maakt
afwegingen in de praktijk niet alleen mogelijk maar die afwegingen worden zeer belangrijk.
Er mag in ieder geval niet al [te] lichtvaardig geoordeeld worden, `zelfs' niet als het de
islam betreft...
De islam heeft zich in Europa zelden in een grote mate van populariteit mogen verheugen.
Eeuwenlang was de islamiet de anti-christ bij uitstek, waarvoor men geen begrip wenste op
te brengen, maar waartegen men kruistochten organiseerde. Eeuwenlang bleven de Turken
geduchte vijanden. En het hoeft geen betoog dat ook recente gebeurtenissen als de
oliekrisis van 1973, de machtsgreep van Khomeiny in Iran en verhalen over handafhakkingen
in de Soedan, de islam er ook al niet populairder op hebben gemaakt, de palestijnensjaals
ten spijt.
Helaas heeft de stroom publikaties die vooral na 1975 op gang kwam over de achtergronden
van de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders - Köbben schatte het aantal op zo'n 400 per
jaar (37) - die vooroordelen nogal eens versterkt. Shadid en De Jongh spraken in dit
verband terecht van de `boomerang van het kultureel relativisme'. Want het goede doel, het
leren begrip op te brengen voor mensen uit een andere kultuur, versterkte het sterotiep
van Turken en Marokkanen als `achterlijke plattelanders' maar al te vaak (38).
Jammer genoeg maakten niet alleen hulpverleners deze fout (die zij, om met Freek de Jonge
te spreken wel vaker maken) in hun voorlichtingsbrochure, ook de nodige
`wetenschappelijke' studies maakten er zich schuldig aan. Shadid en De Jongh noemen vijf
oorzaken van dit soort fouten. Om te beginnen wordt heel vaak (a) de kulturele achtergrond
verkeerd geïnterpreteerd; (b) allerlei hypotheses worden dan, volkomen ongegrond met een
grote mate van stelligheid als de waarheid gepresenteerd. Kulturen worden als a-historiese
en homogene eenheden beschouwd waardoor (c) gedrag van individuen al gauw als `typies'
voor een bepaalde kultuur wordt gezien en (d) variaties geen of nauwelijks aandacht
krijgen. En maar al te vaak krijg je de indruk dat (e) onderzoekers denken dat de
onderzochten evenveel van hun kultuur afweten als de onderzoekers zelf. Het zal duidelijk
zijn dat je door `de' kultuur van `de' Marokkanen en `de' Turken op één hoop te gooien
(de hoop van `de' islam) zoals in de SP-brochure gebeurt zeker een aantal van deze fouten
maakt. Het `eens een Marokkaan, altijd een Turk' zal hierdoor in ieder geval niet
doorbroken worden. De 25.000 uit Suriname afkomstige moslims is de SP trouwens met de 2000
Tunesiërs, 4500 Pakistani en de naar schatting 10.000 anderen (Indonesiërs, Algerijnen,
Egyptenaren en o.a. Nederlanders) die de islam belijden, gemakshalve maar vergeten; bij
elkaar toch zo'n 12 procent van de islamieten in Nederland!
Maar goed, in de inleiding wàs al beslist dat het uitsluitend om de Turken en Marokkanen
zou gaan. De kritiek blijft dezelfde: de SP veronderstelt ten onrechte een onveranderlijke
homogene islamitiese kultuur. Het verschil met `ras'-kenmerken is op die manier ook
verdwenen, een reden te meer om de brochure inderdaad `racisties' te noemen.
Ik zal hier geen poging ondernemen om `wel' recht te doen aan de islam in het algemeen of
de islam in Nederland in het bijzonder. Daar zou op zijn minst een boek voor nodig zijn en
dan nog is het maar de vraag of de kern van de zaak eigenlijk wel geraakt wordt. In ieder
geval heeft de islam aangetoond, zoals alle wereldgodsdiensten, zeer `open' te zijn, is in
staat gebleken zich aan te passen aan de vele kulturele tradities waarin islamitiese
elementen geïnkorporeerd werden, danwel gingen overheersen. Zo ontwikkelde zich in het
Afrika ten zuiden van de Sahara een bijzonder tolerante vorm van de islam: Amin en
Bokassa, twee diktators die zich ooit tot de islam bekeerden, waren hiervoor zeker niet
representatief. Zelfs Khomeiny staat niet model voor het islamitiese réveil in Iran.
Ex-president Bani-Sadr bijvoorbeeld dankte zijn populariteit onder het Iraanse volk aan
zijn liberale, wellicht zelfs libertaire, opvattingen. Een boek van Bani-Sadr werd dan ook
terecht positief beoordeeld door het Franse tijdschrift Libre (39). `Er schijnt
weinig reden te zijn om er aan te twijfelen dat op langere termijn ook in de Moslimse
landen van de Derde Wereld de arme boeren in opstand zullen komen (...) Het ziet er (...)
niet naar uit dat godsdienst zijn traditionele funktie als ``afleidingstaktiek'' blijvend
zou kunnen vervullen', schreef Wertheim. `Op den duur zou de godsdienst best meegesleurd
kunnen worden door de revolutionaire stroomversnelling en als katalysator kunnen werken in
kombinatie met niet-godsdienstige ideologieën' (40). Turkije is niet alleen het land van
fascisme, maar ook dat van verzet. En in Marokko heeft Koning Hassan niet voor niets zo'n
moeite zijn regime te handhaven...
Hoe een Nederlandse islam die vroeg of laat zal ontstaan er uit zal zien? Er lijkt
mij geen enkele reden om daar àl te pessimisties over te zijn, mits die islam de ruimte
krijgt. In ieder geval zal het voor blindelingse islam-bestrijders een hele teleurstelling
zijn dat wellicht juist een keuze voor een blijvend verblijf in Nederland, onze
islamitiese landgenoten in staat zal stellen zich in te zetten voor het optimale behoud
van hun eigen kultuur, zoals Kees Wagtendonk opmerkte.
Wagtendonk wees desalniettemin op het belang van een keuze voor zo'n oriëntatie op een
permanent verblijf in Nederland òf voor een oriëntatie op het land van herkomst danwel,
vanwege de eventuele financiële steun op Saoedi Arabië (41) [?]. Met de islam als
zodanig heeft deze keuze weinig te maken. Vele Griekse gastarbeiders bijvoorbeeld zullen
met hetzelfde dilemma worstelen. De `vlees-noch-vis'-situatie is wellicht inherent aan
elke `migrantenkultuur'. Kulturele `achtergronden' mogen van belang zijn, de ervaringen in
Nederland eveneens. Die ervaringen zullen die `achtergronden' namelijk beïnvloeden zoals
ook uit onderzoek blijkt (42). Sommige elementen zullen er door versterkt worden, andere
verdwijnen of worden afgezwakt, nieuwe elementen zullen worden toegevoegd... Welke
`dialekties materialist' zou anders verwacht hebben?
< inhoud dossier >
Populisme
De SP-analyse heeft dan ook met de beleden `dialekties materialistiese filosofie' weinig
te maken - `idealistieser' dan het aanwijzen van de godsdienst als oorzaak van een
probleem kan volgens mij niet! - maar alles met haar populisme.
Want wie zou verwachten dat de SP op grond van haar brochure zich zou gaan inzetten voor
de rechten van buitenlandse werknemers komt bedrogen uit. Constandse mag er dan terecht op
gewezen hebben dat het toekennen van dezelfde rechten aan buitenlandse arbeiders als de
Nederlanders hebben, een emancipatoriese zaak zou zijn, de SP-praktijk is een heel
andere! Want wat doet de SP? Zij slaat aan het folderen in precies dezelfde wijken als
waar Janmaat en Glimmerveen aktief zijn in die oude wijken waar de gevoelens van rankune
dezer dagen welig tieren (43). Daarmee is weinig gedaan aan de door de SP zo betreurde
vlees-noch-vis-situatie! Als deze aanpak daar invloed op heeft, dan is het een zeer
bedenkelijke: het gevoel bedreigd te worden zal er onder buitenlandse arbeiders niet
bepaald door afnemen. Wie weet kan, als het aanslaat, ook die f. 75.000,-- die de SP
in haar oneindige goedheid ter beschikking wilde stellen voor hen die zich een `enkele
reis thuisland' aanschaffen, wel achterwege blijven...
De SP-voorstellen zijn al met al op zijn minst weinig doordacht, er toch even van
uitgaande dat er sprake is van `goede bedoelingen'. Of de f. 75.000,- `vertrekpremie'
inderdaad het beoogde effekt zal sorteren, en niet, zoals uit onderzoek (44) blijkt,
terecht zal komen bij hen die toch al van plan waren terug te keren, is een door de SP
niet gestelde, laat staan beantwoorde vraag. Dat voor `integratie' gezinshereniging een
voorwaarde is (was), wil de SP domweg niet inzien. Dat misschien juist een Turk of
Marokkaan die goed `geïntegreerd' is, in de zin dat hij niet onderaan de arbeidersladder
bungelt en bijvoorbeeld `modaal' verdient, wel eens zou kunnen terugkeren (45) zou het
verschijnsel `gastarbeid en kapitaal' (voor arbeiders verklaard) natuurlijk maar moeilijk
gemaakt hebben en Erik Meyer die de brochure prees vanwege de `ouderwets socialistiese'
aanpak zou wat anders hebben moeten verzinnen (46).
En waarom eigenlijk f. 75.000,--? Zou iemand die pak weg 15 jaar in Nederland gewoond
en gewerkt heeft nog wel een eigen bedrijfje kunnen beginnen? Ontbreekt het de
aspirant-remigrant doorgaans niet allereerst aan kennis van de markt e.d.? (47). Misschien
vinden remigranten wel eerder een baantje bij Philips of Unilever, want de SP mag dan nog
steeds het door Stalin uitgevonden `socialisme-in-één-land' nastreven, het kapitaal
houdt er sinds jaar en dag een internationalere kijk op na. Het zal Philips worst zijn of
hij een Turk in Nederland of in Turkije `uitbuit'!
De SP houdt de arbeiders liever voor dat ze hogere lonen zouden kunnen hebben als de
buitenlanders er maar niet geweest waren. Statisties materiaal ontbreekt hier echter:
vermoedelijk niet omdat de SP een `kosten/baten-analyse' van het verschijnsel gastarbeid
zo onsmakelijk vindt.
Dezelfde nationale bekrompenheid kenmerkt overigens onze islam-bestrijders. Want de islam
is niet bestreden door de `speciale kursus' die de SP voor de terugkeerders in petto
heeft! Wat overblijft zijn de vooroordelen, waarvan ik de misverstanden over het rituele
slachten niet onvermeld wil laten. Mits dit vakkundig gebeurt, schrijft Wagtendonk, is een
onmiddellijke hersendood het gevolg, wat eenzelfde werking heeft als een verdoving (48).
Waarmee alleen de vegetariërs onder ons recht van spreken hebben. En van vegetarisme is
voor zover ik weet in het biefstuksocialisme van de SP geen sprake (49). Gevreesd moet
worden dat het rituele slachten dezelfde funktie vervult als de beschuldigingen van
gruweldaden aan het adres van de joden door de nazi's. Overdreven sentimentaliteit werd
wel vaker gekoppeld aan moorddadige praktijken. Het was bepaald geen toeval dat
propagandakommissaris Goebbels ook voorzitter was van de
Nazi-dierenbeschermingsorganisaties!
En het socialisme dan? Op het moment dat ik dit artikel schrijf, proberen in Frankrijk
stakende Noordafrikaanse arbeiders werkwilligen buiten de poort van de
Talbot-autofabrieken te houden. Ook elders in Europa is herhaaldelijk gebleken dat het de
`migranten' als het er op aan komt, zeker niet aan strijdlust ontbreekt. In 1969 al
staakten Aziatiese arbeiders van de Engelse Shotton Bros-fabrieken, naar goed Engels
gebruik voor een loonsverhoging van maar liefst 35%, een week nadat de officiële bonden
al een kompromis met de direktie had gesloten. Bij Midland Motor Company trachtte de
direktie een sterke, door migranten opgezette arbeidersorganisatie, door de inzet van
Echte Britten kapot te maken (50)! Wat de situatie in Nederland betreft: er is bij mijn
weten nog nooit een staking door buitenlandse arbeiders gebroken (51). De SP vermeldt nota
bene zelf een `dank zij de SP gewonnen' staking van Turkse vrouwen in haar brochure
`Reakties op...'!
Vanzelfsprekend heeft de SP gelijk met haar stelling dat vooral het Kapitaal geprofiteerd
heeft van de buitenlandse arbeiders, maar wie had het onoverwinnelijke Hollandse
proletariaat tegengehouden om uit solidariteit te staken tegen de `overuitbuiting' van de
gastarbeiders? Dat Nederlandse proletariaat vond het eigenlijk wel goed, vrees ik... Al
met al is de SP-opstelling misschien wel het beste getypeerd als de reaktie in de slechte
betekenis van het woord van wat Lenin in een helder moment de `arbeidsaristokratie'
noemde! De waarde voor het Kapitaal van zo'n opstelling, schreven Castles en Kosack in
hetzelfde jaar 1972 waarin de SP haar Definitieve Standpunt over het Verschijnsel
Gastarbeid innam, ligt in hun falen hun doelen te bereiken (52).
En is hiermee alles wat zich onder de vlag van de islam aandient bij voorbaat goedgepraat?
Natuurlijk niet, maar de slechtste manier om ideeën te bestrijden is de mensen die die
ideeën er op na houden te bestrijden. `Bevrijding door verachting' heeft ook zijn
grenzen. Stellig dient de invloed van de fascistoïde Grijze Wolven en Amicales
teruggedrongen te worden. Zeker is het een grof schandaal dat Minister Schoo onder druk
van Marokko de NCO-subsidie voor een progressieve Marokkaanse organisatie als het KMAN
ongedaan wilde maken (53). Ongetwijfeld hebben ook de `Nederlanders' in de oude wijken het
moeilijk. Maar voorkomen moet worden dat vreemdelingenhaat, of die nu strikt `racisties'
is of niet, een onderdeel gaat worden van een nieuwe `verzetskultuur' (54).
Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Van overheidsbeleid valt zeker nu weinig heil te
verwachten. `Positieve diskriminatie' is een mooi ding maar heeft echter alleen dàn het
gewenste resultaat als alle betrokkenen er de rechtvaardigheid van inzien; op het moment
met andere woorden dat het eigenlijk al niet meer nodig is. `Al die subsidies zijn erg
slecht voor ons', vond ook de Marokkaan Hassan Bel Ghazi (55).
Samen strijden voor een rechtvaardiger samenleving zou daarom wel eens de enige goede
leerschool kunnen blijken te zijn. De voorwaarden daartoe zijn in ieder geval in principe
aanwezig. Het kultureel reveil op wereldschaal dat Bart de Ligt in de jaren '20 meende te
signaleren mag dan te optimisties zijn gebleken, hoopvolle tendenzen binnen de islam in
Nederland zijn er, voor wie ze tenminste zien wil wel degelijk (56). Socialisten hebben
hier een taak, die in ieder geval niet zal moeten bestaan uit het aanscherpen van
tegenstellingen, zoals de SP doet.
`Zolang de Turken worden onderdrukt worden onze eigen vrijheden onderdrukt' schreef
Constandse in 1973 (57). Ik zie niet in waarom dit pleidooi voor solidariteit met Turken
(èn Marokkanen) niet zou moeten gelden nu zij zich binnen onze grenzen ophouden. Het is
te hopen dat, mocht er ooit een Russell-tribunaal georganiseerd worden n.a.v. de vertrapte
rechten van `gastarbeiders' in West-Europa anarchisten èn vrijdenkers daaraan als
getuigen zullen kunnen meedoen. De anarchist Chomsky gaf door zijn medewerking aan het 4e
Russell-tribunaal, gewijd aan de rechten van Indianen in Zuid- én Noord-Amerika, m.i. het
goede voorbeeld.
< inhoud dossier >
Noten:
(1) Vgl. Vrij Nederland, 30.4.1977.
(2) Vgl. de Tribune 1975/19. Voor een kritiek zie Hans Achterhuis, De markt van welzijn en
geluk (Ambo, Baarn), z.j. pp. 43 e.v..
(3) Haagsche Courant, 29.10.1982.
(4) Zie bijv. de Rode Vlag (uitg. KAOml), 30 aug. 1980.
(5) Jan Marijnisen (SP Nijmegen) in VN 30.4.1977.
(6) `Wat we willen, wat we doen', SP, voorjaar 1983.
(7) Bevrijding, 1983/10.
(8) Brief SP d.d. 18.8.1983, afgedrukt in Vuist (uitg. PSP-Nijmegen), okt. 1983.
(9) De Centrumpartij bedient zich van dezelfde kneuterige symboliek, zie Joke Kniesmeijer
(Anne Frank Stichting), `De crisis en de nieuwe zondebok. De racistische politiek van de
Centrumpartij' 1983, p. 24.
(10) Vgl. Ger Harmsen, Idee en beweging (SUN, Nijmegen), 1972, p. 23.
(11) DNL, resp. 2, 9 en 23 april 1982.
(12) AFdruk 2 (juni 1983), p. 22.
(13) De Waarheid, 2.4.1983.
(14) Bevrijding 1983/10. In de volgende nummers een uitgebreide diskussie.
(15) Volkskrant 18.5.1983.
(16) zie elders in dit nummer.
(17) Zie AFdruk 3 (sept. 1983), p. 28. In het OSL-blad Stavast werd de SP geprezen omdat
zij tenminste `het' probleem (de buitenlanders) durfde aan te pakken.
(18) J. Rath, `Turkse en Marokkaanse eilanden in Hollands politiek vaarwater:
migrantenkiesrecht in de praktijk', Sociol. Gids, mei/juni 1981.
(19) S. Theunis, `Ze zien liever mijn handen dan mijn gezicht' (Baarn, 1979); L. v.d.
Berg-Eldering, `Marokkaanse gezinnen in Nederland' (Alphen a.d. Rijn, 1978); W. Shadid,
`Maroccan workers in the Netherlands' (proefschrift Leiden, 1979).
(20) L. Kolakowski, Geschiedenis van het marxisme deel 3 (Utrecht, 1981) p. 560.
(21) Kolakowski, op. cit. p. 353.
(22) H.B. Entzinger, `Nederland immigratieland?', Beleid en maatschappij 1975/12, pp.
326-336. Verg. A.J.F. Köbben, `Het heilig vuur' (Rede, Leiden 1980) p. 4. Molleman zou
het tot direkteur van Koördinatie Minderhedenbeleid van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken schoppen (dat o.a. de recente ontruimingen in Capelle, waarbij de ME tegen
huurweigerende Molukkers werd ingezet, koördineerde. Zie bijv. de Groene 11.1.1984).
(23) Er is overigens geen reden om aan te nemen dat de SP met extreem-rechts samenwerkt.
In West-Duitsland ligt dit anders. Zo voorspelde voorzitter Bundt van de Junge
Nationaldemokraten (de jongerenafdeling van de NPD) in 1978: `Wij en de maoïsten - dat
wordt in de komende jaren nog wel wat!' Zie hierover: J. Pomorin en R. Junge, `De
neo-nazi's in de Bondsrepubliek' (Wereldvenster, Baarn) 1979. Cit. op p. 18. Voor een
scherpe kritiek op De Vries zie De Groene 10.8.1983.
(24) Column Vroon in Volkskrant 30.7.1983. Uitspraak proces zie Volkskrant 2.9.1983.
(25) Th. Witvliet en H. Opschoor, `De onderschatting van het racisme', Wending nov. 1983
(themanummer antiracisme) p. 563.
(26) Voor een beknopte geschiedenis van het begrip kultuur zie bijv. G.W. Locher, `Cultuur
en transformatie' in S.W. Couwenberg (!), Tijdsein, Alphen a.d. Rijn, 1972.
(27) J.W. Schulte Nordholt, `Rassendiskriminatie', Amsterdam 1961, fig. 1.
(28) Vgl. Castles, `Wie begegnen wir dem Neuen Rassismus?' in R. Italiaander (Hrsg.),
`Fremde Raus?' (Fisher, Frankfurt) 1983, pp. 135-144.
(29) Zie Ton Lemaire, `Over de waarde van culturen. Een inleiding tot de cultuurfilosofie'
(Ambo, Baarn) z.j. pp. 173-174. Vgl. Witvliet en Opschoor, op cit. p. 557.
(30) Lemaire, op. cit. pp. 174-176.
(31) Lemaire, op. cit. p. 175.
(32) Zie Lemaire, op. cit. pp. 181 e.v. Vgl. L. Kolakowski, `Op zoek naar de barbaar. De
illusies van een cultureel universalisme' in: `Essays van Kolakowski' (Spectrum, Utrecht)
1983 en H. Marcuse, `Repressieve tolerantie' in bundel `Geweld en vrijheid' (Van Gennep,
Amsterdam), 1977. Ook De Ligt's `Wereldcrisis en wijsbegeerte' is als zo'n oplossing te
beschouwen. Vgl. A. Constandse, `Bart de Ligt als cultuurfilosoof' in De As 62.
(33) Zie het portret van Jan Rogier van Leo Polak in zijn bundel `De geschiedschrijver des
rijks en andere socialisten' (SUN, Nijmegen) 1979, cit. op p. 148.
(34) Wim van Dooren, `Anarchismediskussie' in De As 31 pp. 26-30.
(35) T. Jansen en J. Rogier, bijlage VN 3.12.1983 p. 23.
(36) Marcuse (op. cit.) spreekt hier van `abstrakte tolerantie'.
(37) Köbben, op. cit., p. 4. N.B. Köbben doelde hier op de omvang van publikaties over
minderheden in het algemeen.
(38) R.J. de Jongh en W.A. Shadid, `De boemerang van het cultureel relativisme' in:
Intermediair 6.3.1981, pp. 1-7.
(39) Olivier Roy, `Beni-Sadr théoricien politique ou l'Etat au miroir de l'Imâm' in:
Libre 1980/8 pp. 199-216.
(40) W.F. Wertheim. `Evolutie en revolutie' (Van Gennep, Amsterdam) 1975, pp. 406-409.
(41) Kees Wagtendonk in: Ruud Peters, `Van vreemde herkomst. Achtergronden van Turkse en
Marokkaanse landgenoten' (Wereldvenster, Bussum) 1982, p. 137 (de bundel van Peters is
verreweg het beste boek in zijn soort dat momenteel verkrijgbaar is).
(42) Zie het voortreffelijke themanummer van Psychologie en Maatschappij over
`migrantenkultuur': 1983/3 (nr. 24, sept.). Hierin o.a. een bijdrage van T. Pennings en M.
v. Attekum getiteld `Kultuur in de maak. Griekse arbeidersgezinnen in Utrecht'. Onderzoek
op dit punt werd o.a. verricht door Shadid, op. cit.
(43) SP-folders werden o.a. verspreid in Alkmaar. Zie Bevrijding 1983/16. Rancune is m.i.
een sleutelbegrip in de diskussie over fascisme. Het zou een goed idee zijn Ter Braak's
`Het nationaal-socialisme als rancuneleer' (thans alleen te verkrijgen in deel 3 van zijn
Verzameld Werk) in een goedkope versie te herdrukken!
(44) Zie bijv. Folia (UvA) 27.8.1983 n.a.v. een rapport van Muus, Penninx en Van
Amersfoort.
(46) Zie A.J.F. Köbben, `Buitenlandse werknemers en beleid', Beleid en Maatschappij, mei
1978, p. 136. F. Bovenkerk, `The sociology of return migration; a biographical essay' (Den
Haag), 1974, pp. 20-25 noemt literatuur die deze gedachte op zijn minst enige steun geeft.
(47) Erik Meyer, een PSP-er die het in de diskussie in Bevrijding voor de SP opnam, prees
de brochure vanwege de `oudlinkse ongenuanceerde' aanpak, zie Bevrijding: 1983/12 en /18.
(48) Zie voor een aantal ervaringen met terugkeerprojekten W.A. Ettema e.a. `Gast in eigen
land' in: Intermediair 15.1.1982, pp. 37-43.
(49) Aldus Wagtendonk in: Peters (red.), op. cit., p. 122.
(49) Aardig in dit verband is de manier waarop de SP het `demokraties-centralisme'
(aanpassen of oprotten!?) uitlegt: `Vier mannen trekken er op uit om een koe te stelen. Ze
zullen haar ter plekke slachten en met zijn vieren zijn ze sterk genoeg om de koe te
dragen. In het donker raken ze de weg kwijt. Drie zeggen: we moeten links af, maar de
vierde is er zeker van dat ze rechtsaf moeten. Als ze nu ieder hun eigen weg gaan wordt de
koe wel gevonden maar niet gestolen (...)', `Wat we willen, wat we doen', 1983 p. 14.
(50) R. Cohen, `The end to the migrant labour boom' in NILS (Newsletter of international
labour studies, Institute of Social Studies, Den Haag) No. 10 (april 1981) pp. 1, 4-6.
(51) Bovendien schieten officiële vakbonden dikwijls ernstig tekort. Zie bijv. B. v.d.
Velde en J. v. Velzen, `De Nederlandse vakbonden, internationale solidariteit en
buitenlandse werknemers: ideologie en werkelijkheid' in: F. Bovenkerk (red.), Omdat zij
anders zijn (Boom, Meppel, 1978), pp. 166-188. Zie ook: Motief 1979/7 (themanummer
gastarbeid en vakbeweging). Pas in de zomer van 1983 verscheen een FNV-nota over deze
problematiek (`Samen beter dan apart').
(52) St. Castles & G. Kosack, `The function of labour migration in western european
capitalism' in: New Left Review Nr. 73 (May-June 1972) pp. 3-22. Vgl. St. Castles, 1983,
op.cit.
(53) Deze houding heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat Marokko één van de
belangrijkste grondstoffenleveranciers is van de Nederlandse kunstmestindustrie. Zie
hierover bijv. Liesbeth Ordeman, `De Nederlands-Marokkaanse betrekkingen en de westelijke
Sahara' in: Derde Wereld 1983/3, pp. 4-8.
(54) Zie A. Dieleman, `Het Racisme in de oude volksbuurten' in Marge 1983/7-8 (themanummer
Fascisme en Welzijnswerk), pp. 200-206.
(55) NRC 28.10.1983. Bel Ghazi is auteur van het uitstekende boek `Over twee culturen';
uitbuiting en opportunisme (Rotterdam, Futile) 1982, vgl. F. Bovenkerk, `Helpt hulp aan
minderheden?' in Intermediair 27.5.1983.
(56) Vgl. A. Constandse, op. cit. Ik zal volstaan met één voorbeeld, zie `Met eigen
ogen' Verhalen van Turkse vrouwen (uitg. i.s.m. Turks Cultureel Centrum voor Vrouwen in
Rotterdam door De Trommel, Amsterdam, 1983).
(57) Inleiding Constandse in: D. Ozgüden, `Turkije, fascisme en verzet' (Van Gennep,
Amsterdam), 1973, pp. 7-13.
Naschrift
Anton Constandse
Zoals bekend worden de artikelen in De As op persoonlijke titel gepubliceerd. Dat
betekent uiteraard dat de opinies van de redakteuren en medewerkers van elkaar kunnen
verschillen. Uit het voorgaande artikel van Cees Bronsveld blijkt dit nogeens
overduidelijk. Voor een beter begrip drukken we daarom hierna een tweetal korte reakties
af van de hand van Anton Constandse. De eerste is een brief van Constandse aan de
samenstellers van `Gastarbeid en Kapitaal', die ook is opgenomen in deze SP-brochure.
<!-- link naar reactie Constandse op SP-brochure -->
De tweede reaktie is geschreven naar aanleiding van brieven die Constandse ontving van
lezers van de brochure. <!-- link naar reactie (2) Constandse -->
(Redaktie)
Artikel uit De AS, nr. 64 (oktober/december 1983), p. 8-21
< inhoud dossier >
|